Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Jacob Baart de la Faille 1757-1823

Jacob Baart de la Faille (Den Haag 20 July 1757 - Groningen 1 April 1823) was a professor at the University of Groningen between 1790 and 1823. Leeropdracht: recentiora physicorum invents, statica phoronomia, dynamica, mechanica motus, aantrekkingskracht, proefondervindelijke natuurkunde, beginselen der wis- en sterrekunde, logica

Jacob Baart de la Faille (Den Haag 20 Juli 1757 - Groningen 1 April 1823) was zoon van dr. Jacob Baart de la Faille (Den Haag 14 januari 1716 - Den Haag 30 november 1777) en Maria Christina de Brueys (Wesel 18 september 1730 - Groningen 20 mei 1809). De vader was geneesheer en lector in de natuurkunde aan de stichting van Renswoude. Deze stichting was opgericht met het geld van de in 1754 overleden Maria Duyst van Voorhout, vrijvrouwe van Renswoude, voor het onderwijs in onder andere waterbouw, scheepsbouw en wiskunde aan schrandere wezen in Fundaties in Delft, Den Haag en Utrecht. De Haagse Fundatie stelde in 1755 als eerste een mathematicus aan: Jacob Baert de la Faille, die sedert 1748 in Den Haag een school in de Mathematische kunsten leidde. Naast zijn werk voor de fundatie was hij ook lector mathesis en physica experimentalis van de Sociëteit van 's Gravenhage en waarschijnlijk gaf hij daarnaast ook nog wel privélessen. Het instrumentenkabinet dat hij voor de Haagse Fundatie inrichtte was bijzonder uitgebreid en breed samengesteld: het stond bekend als een van de grootste verzamelingen in de Republiek. Ongetwijfeld mede dankzij de vooropleiding die zijn vader hem had kunnen geven, behaalde de zestienjarige zoon Jacob op 5 Mei 1774 zijn graad in de wijsbegeerte aan de Leidse universiteit met een proefschrift getiteld de Methodo exhaustionis. Vervolgens studeerde Jacob een jaar in Utrecht en daarna vertrok hij voor verdere studie naar Parijs, waar hij colleges volgde van de de sterrenkundigen Lalande, Messier en Meunier. Toen de vader in 1777 overleed, solliciteerde de zoon naar de vrijgekomen post, maar de regenten benoemden hem niet vanwege zijn gebrek aan ervaring. Wel werd hem het stadslectoraat van zijn vader aangeboden, maar dat moet financieel een forse tegenvaller zijn geweest. Er was kennelijk weinig geld ten huize van de familie Baart de la Faille aangezien de moeder een klaagschrift schreef naar de regenten. Het verwondert dan ook niet dat alle boeken van de overledene op een veiling in 1778 werden aangeboden. Bovendien gaf Jacob in 1778 nog de Verhandeling over de Redekunst van zijn vader uit.

AANKONDIGING VEILING

Groningen. Op 27 April 1789 overleed Antonius Brugmans die hoogleraar was aan de universiteit Groningen en als opvolger werd aangewezen Jacob Baart de la Faille. Hij aanvaardde het ambt van hoogleraar in de wis- en natuurkunde op 25 September 1790 met een Oratio de sperandis rei philosophicae, identidem auctae, incrementis. Van de evenementen op deze dag bestaat een verslag in de locale krant.

VERSLAG ORATIE

Hoogleraar. Baart de la Faille moet een goed docent zijn geweest. Het waren zijn colleges en experimenten die van Swinderen et al in 1801 geinspireerd hebben tot het oprichten van een natuurkundig genootschap, nu KNG (Koninklijk Natuurkundig Genootschap) geheten. Jacob was ook lid van dit genootschap geworden en heeft diverse lezingen gegeven. Baart de la Faille was rector in het studiejaar 1798-1799 en aan het einde van zijn periode hield de voordracht Oratio de vero felicitatis sensu. Ook in het studiejaar 1818-1819 was hij rector waarbij hij aan het eind een lezing hield getiteld Oratio qua disquiritur quid artes atque disciplinae, cum juventute communicatae, faciant ad salutem communem adjuvandam augendamque. Bij het tweede eeuwfeest in 1814 hield hij een rede Oratio de deliciis, quae percipiuntur ex disciplinis mathematico-physicis (in Acta Saec. 1814).

OVERLIJDEN

Hoogleraar Theodorus van Swinderen (1784 - 1851), "het wonderkind Dorus" (Joh. Huizenga) hield op 15 April 1823 een herdenkingsrede na de dood van zijn leermeester en ambtgenoot Jacob Baart de la Faille.

EEN GOEDE RAAD

Familie. Baart de la Faille was op 11 Juli 1792 te Den Andel gehuwd met Johanna Aritia Adriani (1769 - 1840). Samen kregen zij acht kinderen:

  • Maria Christina Jacoba (1793 - 1828)
  • Sara (1794 - 1795)
  • Jacob (1795 - 1867) hoogleraar genees- en verloskunde
  • Sara Petronella (1796 - 1893)
  • Petrus (1797 - 1871) luitenant-kolonel Genie
  • Elisabeth (1799 - 1879)
  • Johan Marcus (1800 - 1882) genees- en verloskundige
  • Fenna Alagonda (1802 - 1873)

De zoon Jacob Baart de la Faille (1795 - 1867) zou later hoogleraar geneeskunde en verloskunde worden in Groningen. Hij was al vroeg betrokken bij het KNG als spreker en als vanaf 1825 als bestuurslid en vanaf 1861 tot 1867 als voorzitter.

VOORDRACHTEN KNG

Vader Jacob Baart de la Faille (1716 - 1777) was in eerste instantie in 1739 getrouwd met Johanna Guldemont (1710 - 1755); samen hadden zij één overlevende dochter Sara Johanna (1740 - 1763). Als weduwnaar trouwde dezelfde Jacob Baart de la Faille in 1756 met Maria Christina de Brueijs (1730 - 1809), zoals hierboven aangegeven. Uit dit huwelijk kwamen voort niet alleen de Groningse Jacob, maar ook een tweelingbroer Cornelis en een dochter Anne (1760 - 1762). De tweelingbroer Cornelis overleed op 2 december 1804 in Sappemeer. Bij de beschrijving van het archief van de familie Baart de la Faille is een afschrift van een testament (waarschijnlijk uit 1777) waarin zoon Jacob zijn moeder aanwijst als erfgenaam en zonodig als voogd van zijn "onnozele" tweelingbroer. Theodorus van Swinderen laat moeder Baart de la Faille vanaf 1790 liefdevol door haar zoon Jacob in Groningen verzorgd worden, maar de overlijdensadvertentie van Cornelis laat zien dat het mogelijk pas na 1804 was dat zij in Groningen woonde.

OVERLIJDEN TWEELINGBROER

Literatuur over J. Baart de la Faille:

  • Aanspraak van Theodorus van Swinderen bij de opening van zijn eerste collegie na den dood van Prof. DE LA FAILLE (15 April 1823.)
  • W.B.S. Boeles, Levenschetsen der Groninger Hoogleeraren. In: W.J.A. Jonckbloet, Gedenkboek der Hoogeschool te Groningen ter gelegenheid van haar vijfde halve eeuwfeest, Groningen 1864.
  • J. Guichelaar en G.B. Huitema, Verbinden en verspreiden. De kracht van het Koninklijk Natuurkundig Genootschap te Groningen. In: J. Guichelaar, G.B. Huitema en H. de Jong (redactie), Zekerheden in waarnemingen - Natuurwetenschappelijke ontwikkelingen in Nederland rond 1900. Verloren 2012
  • J. Huizinga, Geschiedenis der Universiteit gedurende de derde eeuw van haar bestaan. In: Academia Groningana MDCXIV-MCMXIV Noordhoff 1914
  • P.C. van der Kruit, HET KONINKLIJK NATUURKUNDIG GENOOTSCHAP - ter gelegenheid van de verlenging van het Predicaat Koninklijk. Voordracht KNG 7 september 2012

Publicaties van J. Baart de la Faille:

Bronnen. Algemeene Konst- en Letterbode 1824, pp. 339-343. Stichting de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude.

[HWB en HSVdS, augustus 2018 IN AANBOUW]