Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Johannes Petrus de Crosa 1663-1750

Johannes Petrus de Crosa - also known as Jean-Pierre de Crousaz (Lausanne 13 April 1663 - Lausanne 22 February 1750) was a professor in Groningen between 1724 and 1726.

Jean Pierre de Crousaz, met als ouders Abraham de Crousaz en Elisabeth Françoise Mayor, werd geboren in een oude, adelijke familie te Lausanne. In plaats van een militaire carrière te volgen, zoals zijn vader (kolonel), ging hij filosofie en (Calvinistische) theologie studeren aan de Academies van Lausanne en Genève. Later reisde hij via Leiden en Rotterdam naar Parijs en begon aan een theologische carrière. Hij gaf eerst prive lessen en werd in 1700 professor filosofie en wiskunde aan de Academie van Lausanne. In een tijd waarin Latijn nog de heersende academische taal was, gaf hij zijn colleges al in het Frans! In 1706 werd hij gekozen tot rector, waarna hij nog driemaal in deze positie diende. In 1684 trouwde Crousaz met Louise de Loys, die hem drie zonen en vier dochters schonk. Hij droeg de verantwoordelijkheid voor inwonende jonge edellieden. Verder schreef en herschreef hij allerlei boeken.

Groningse tijd. In 1722 werd in Lausanne de druk de Calvinistische "formula consensus" weer aan iedereen op te leggen steeds groter en werd, mede door zijn vriend, de Groningse hoogleraar publiek recht Jean Barbeyrac (1674-1733), naar Groningen gehaald. In 1724 trok Crousaz dan voor twee jaar naar Groningen met vrouw en twee dochters (en een groot gevolg): hij werd benoemd op de leerstoel wiskunde en filosofie, een positie die nog steeds vacant was sinds het vertrek van Bernoulli in 1705. De stad Groningen beviel Crousaz prima, hij sprak zelfs van een "paradis terrestre". Hij was erg productief en wekte de indruk langere tijd te willen blijven. Echter, de onstuimige, opvliegende en trotse Crousaz beschikte niet over de tact om het lang uit te houden in de academische en kerkelijke slangenkuil die Groningen destijds was. In de senaat liet hij zich voorstaan op zijn adellijke afkomst hetgeen de nodige spanningen opriep met collega's. Hij maakte bovendien ruzie met Barbeyrac in verband met een van zijn dochters, die verwikkeld raakte in een verliefdheid met een huisonderwijzer bij de patroon van Barbeyrac, die echter in Crousaz' ogen te weinig adellijke voorouders had. Dit liep zo hoog op dat zijn positie in Groningen onhoudbaar werd. Voor meer details verwijzen we naar Van Berkel's boek, zie hieronder.

Verdere carrière. In 1726 ging hij verder naar Kassel, waar de landgraaf van Hesse-Kassel hem aanstelde om de opvoeding van hun jonge Prins Frederick ter hand te nemen. Hij werd benoemd tot “raadgever van het hof” en tot “gouverneur (huisonderwijzer) van de prins”. In die tijd was zijn familie alweer teruggekeerd naar Lausanne, waardoor hij de handen vrij had voor zijn eigen werk. In 1733 kreeg Crousaz op zeventigjarige leeftijd van de landgraaf een pensioen voor het leven. Hij keerde terug naar de Academie van Lausanne, opnieuw in de leerstoel filosofie. Zijn oudste zoon Abraham was in die tijd rector. Deze aanstelling duurde tot 1749, een jaar voor zijn dood. Door zijn lange leven mocht hij getuige zijn van de schitterende wetenschappelijke carrière van zijn kleinzoon Philippe de Loys de Chéseaux (1718–1751).

Het werk zijner handen. Crousaz schreef onder meer De l’esprit humain, als een pleidooi voor de vrije wil en gericht tegen Leibniz’s Théodicée. NB: Deze Théodicée spreekt in termen van een volmaakte God die de beste van alle mogelijke werelden heeft geschapen. Mede in het licht van de nog tamelijk vers in het geheugen liggende verschrikkingen van de zevenjarige oorlog (1756-63) heeft deze Théodicée Voltaire (1694-1778) ertoe bewogen zijn verrukkelijke Candide ou l’optimisme te schrijven.

In de eerste helft van zijn leven was Crousaz Cartesiaan, maar later verdedigde hij Newton. Ook schreef hij zes volumes Logique en twee volumes Traité du beau en ondermeer de pedagogische werken Nouvelles maximes sur l’education des enfants (Amsterdam 1718) en Traité de l’education des enfants (twee vols, Den Haag 1722). Rousseau had deze laatste twee werken gelezen voor diens Émile. Gibbon, als hij in zijn Autobiography zijn eerste verblijf in Lausanne (1752-1755) beschrijft, merkt op dat “the logic of de Crousaz had prepared me to engage with his master Locke and his antagonist Bayle”, waarbij de laatste nogal skeptisch stond tegenover het rationele en logische Verlichtingsdenken van Crousaz en vele anderen. Crousaz had Bayle destijds, tijdens zijn reis door de Nederlanden, al ontmoet in Rotterdam.

INSTITUT de FRANCE waar de ACADÉMIE des SCIENCES van PARIJS zetelt

Crousaz' boek Commentaire sur l’analyse des infiniment petits (1721) beslaat maar liefst 320 pagina’s in quarto en volgt op werk van l’Hospital, dat minutieus becommentarieerd wordt. Dit boek leverde Crousaz in 1725 een benoeming op in de Académie des Sciences van Parijs. In 1735 volgde de benoeming tot lid van de Académie des Sciences van Bordeaux.

Enfin. Het boek was dus welkom, maar niet bij zijn tijdgenoot Johann I Bernoulli. Tussen de beiden volgde een vinnige en enigszins kinderachtige briefwisseling. Behalve met Bernoulli correspondeerde Crousaz ook met vele anderen, onder wie Réaumur, Abbé Nollet, Maupertuis, Cassini, Fontenelli, Maclaurin, etc. Onderwerpen van discussie kwamen ondermeer uit de biologie, geologie, optica, wiskunde en electriciteit. Totaal schreef Crousaz 1800 brieven, waaronder veel polemieken en riep daarmee overal de nodige weerstand op. Hij ontwikkelde zich allengs tot een erudiete wijsgeer met een encyclopedische kennis. Zijn schrijfstijl was uitvoerig, op het wijdlopige af, en bovendien nogal slordig.

Literatuur over J.P. da Crosa:

  • Klaas van Berkel, Universiteit van het Noorden. vier eeuwen academisch leven in Groningen. Deel 1: De oude universiteit 1614-1876. Verloren, Hilversum, 2014
  • Suzanne Delorme, À propos du bicentenaire de la mort de Jean-Pierre de Crousaz: Ses relations avec l’Académie royale des sciences (Paris, 1954)
  • Grandjean de Fouchy, Éloge de M. de Crousaz (read 14 Nov. 1750) Éloges des Académiciens I (Paris 1761), 100–122
  • Jacqueline E. de La Harpe, Jean-Pierre de Crousaz et le conflit des idées au siècle des lumières (Geneva, 1955) NB: Dit werk is onmisbaar voor de beschrijving van zijn gehele literaire en filosofische œuvre: het bevat een volledige lijst van zijn werken.
  • Marianne Perrenoud, Inventaire des archives Jean-Pierre de Crousaz (Lausanne, 1969)
  • Henri Perrochon, Jean-Pierrre de Crousaz. Revue historique vaudoise (1939), 281–298
  • Eugène Secrétan, Galerie suisse, Biographies nationales I (Lausanne, 1879), 591–599
  • Pierre Speziali, Crousaz, Jean-Pierre de. Complete Dictionary of Scientific Biography (2008) ENCYCLOPEDIA.com
  • Rudolf Wolf, Biographien zur Kulturgeschichte der Schweiz II (Zürich, 1859), 57–70

Publicaties van J.P. de Crosa:

  • Réflexions sur l’utilité des mathématiques et sur la manière de les étudier, avec un nouvel essai d’arithmétique démontrée (Amsterdam, 1715)
  • La géométrie des lignes et des surfaces rectilignes et circulaires, 2 vols. (Amsterdam, 1718; Lausanne, 1733)
  • Commentaire sur l’analyse des infiniment petits (Paris, 1721)
  • Discours sur le principe, la nature et la communication du mouvement (Paris, 1721)
  • De physicae origine, progressibus ejusque tractandae methodo…(Groningen, 1724)
  • De physicae utilitate dissertatio philosophica(Groningen, 1725)
  • Essai sur le mouvement, où l’on traitte de sa nature, de son origine (Groningen, 1726)
  • Traitè de l’algèbre (Paris, 1726)
  • Dissertation sur la nature, l’action et la propagation du feu (Bordeaux, 1729)
  • Dissertation sur la nature et les causes de la liquidité et de la solidité (Bordeaux, 1735)

[HWB en HSVdS October 2018]