Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Wiskundigen in Groningen

Sinds de stichting van de universiteit van Groningen (hogeschool van Stad en Lande) in 1614 zijn hier wiskundigen geweest. De eerste docent in het vak wiskunde was Nicolaus Mulerius (hoogleraar tussen 1614 en 1630) en bijna een eeuw later was Johann Bernoulli (hoogleraar tussen 1695 en 1705) degene die uiteindelijk het bekendst onder een breed publiek zou worden. In de zeventiende eeuw hebben Nederlanders veel bijgedragen aan de wiskunde; te denken valt aan namen als Frans van Schooten (1615-1660), Johannes Hudde (1628-1704) en Christiaan Huygens (1629-1695). Echter, vanaf het begin van de achttiende eeuw heeft de wiskundige cultuur in Nederland lange tijd stilgestaan. Floris de Boer zei het in 1896 zo:

Nadat Nederland geruime tijd aan de spits der wiskundige beschaving had gemarcheerd, verliet het plotseling de gelederen geheel, en nam gedurende langer dan een eeuw zelfs geen plaats in de achterhoede meer in.

Het zou tot het eind van de negentiende eeuw duren voordat Groningen weer een internationaal bekende wiskundige in huis zou hebben in de persoon van Pieter Hendrik Schoute (hoogleraar tussen 1881 en 1913).

PAS-PORTRETTEN van MULERIUS, BERNOULLI en SCHOUTE

Deze website behandelt de geschiedenis van de wiskundigen in Groningen vanaf 1614. Daarbij moet men zich realiseren dat lange tijd wiskundigen ook andere vakken beoefenden zoals medicijnen of welsprekendheid; en dat er tot rond 1850 geen onderscheid was tussen wiskunde en natuurkunde. Bovendien was een wiskundige in de achttiende en een groot gedeelte van de negentiende eeuw vaak in eerste instantie een geleerde en geen onderzoeker. Onze beschrijving laat zien dat de ups en downs van de wiskunde-beoefening alhier, net als elders in Nederland, mede te maken hadden met de opvattingen van de overheid over het universitaire onderwijs. Overigens, die overheid was tot het begin van de negentiende eeuw nog een provinciale aangelegenheid en werd pas daarna een nationale aangelegenheid, na een aarzelend begin in de Bataafse Republiek (1795-1805). In de eerste helft van de negentiende eeuw zijn halfhartige pogingen gedaan om het universitaire onderwijs aan te passen aan de behoeften van de maatschappij. Pas na het midden van de negentiende eeuw met de onderwijswetten van Thorbecke kwam, met name met de invoering van de Hoogere Burger School (HBS) een wezenlijke vernieuwing tot stand die immense gevolgen zou hebben, voor zowel de inrichting als de kwaliteit van het middelbaar onderwijs, en dientengevolge ook van het universitair onderwijs. Deze vernieuwing weerspiegelde zich ongetwijfeld in de toenemende kwaliteit van de universitaire wiskundigen, die veelal hun carrière begonnen als HBS-leraar. Ook ontstond er een vruchtbare wisselwerking van universitaire wiskundigen met het middelbaar onderwijs. Lange tijd zouden hoogleraren betrokken zijn als gecommitteerden bij de examens van HBS en gymnasium.

ACADEMIEGEBOUW 1614-1846

Natuurwetenschappelijke cultuur. Zoals gezegd was er tot 1850 nog geen onderscheid tussen wis-, natuur- en sterrenkunde en er was nog maar weinig onderscheid tot het einde der 19e eeuw. In feite bleef de nauwe band tussen deze drie disciplines tot in de jaren 1970 voortbestaan in het universitair onderwijs. Hierbij moet opgemerkt worden dat de mathematische fysica, die al in de negentiende eeuw als apart vak werd gedoceerd, reeds vroeg een plaats kreeg binnen de natuurkunde, denk aan L.S. Ornstein (1880-1941) en F. Zernike (1888-1966). Bovendien moet vermeld worden dat na de tweede wereldoorlog de toegepaste wiskunde erkenning heeft gekregen binnen de universiteit. Bijvoorbeeld, binnen de (technische) natuurwetenschappen ontstond een toenemende belangstelling voor stromingsleer en numerieke wiskunde. Maar ook vond er een transitie plaats van wiskunde-onderzoek en -onderwijs naar de sociale en economische wetenschappen. Dit betrof in het bijzonder de statistiek, actuariële wiskunde en economisch georienteerde vakken zoals operations research.

Tenslotte zij opgemerkt dat het, ondanks de vernieuwingen van Thorbecke, nog zeer lang geduurd heeft voordat het hoger onderwijs, zowel voor docenten als studenten, toegankelijk werd voor brede lagen van de bevolking. Pas aan het eind van de negentiende eeuw ziet men ook docenten en studenten aan de universiteit arriveren die niet meer tot de 'gegoede burgerij' behoorden. Bovendien werd het eerst in 1917 mogelijk om direct van de HBS naar de universiteit te gaan, zonder een aanvullend examen te hoeven afleggen.

Verantwoording. De geschiedenis van de wiskundigen in Groningen op deze website levert doorkijkjes naar de toenmalige wereld, in het bijzonder naar de toenmalige opvattingen over wetenschap. Ons overzicht beoogt niet een compleet overzicht van leven en werken van iedere individuele wiskundige te leveren, zo dat al mogelijk zou zijn. Mede op grond van de aanwezige informatie kan geen uniforme behandeling worden nagestreefd. Bovendien paste in onze ogen bij de één een wat zakelijker behandeling, daar waar bij de ander een petite histoire meer op zijn plaats leek. Wat het recentere verleden betreft kunnen we bogen op eigen contacten of op informatie van wat oudere zegslieden. Ook blijken contacten met familieleden van toenmalige wiskundigen, soms tot achterkleinkinderen toe, bijzonder vruchtbaar en behulpzaam te zijn.

Velen hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze webpagina's. We noemen Danny Beckers, Tom Koornwinder, Joeri Meijer en Herman te Riele voor het beschikbaar stellen van stukken archief; Boele Braaksma, Klaas van Berkel, Martinus van Hoorn, George Huitema, Henk Kubbinga, Wout Knol en Jaap Top voor het actief meedenken, en Peter Arendz, Hildeberto Jardón-Kojakhmetov en Holger Waalkens voor de technische ondersteuning.

In feite blijft deze website een project in wording. De lezer wordt hierbij van harte uitgenodigd extra informatie aan te leveren.

Redactie
H.W. Broer, J.A. van Maanen en H.S.V. de Snoo

ACADEMIEGEBOUW 1850-1906

Nadere informatie. Hieronder geven we nadere informatie over de inhoud van deze website. Eerst volgt een chronologische lijst van de hoogleraren wiskunde te Groningen met een beknopte leeropdracht, gevolgd door een korte lijst van gebruikte literatuur. Daarna volgt een lijst van instituties die van belang waren. Hierna geven we nog een overzicht van de toelating van studenten en professoren tot de universiteit over de eeuwen.

Chronologische lijst van hoogleraren vanaf 1614

 aanstellingleeropdracht
N. Mulerius1614-1630geneeskunde, wiskunde
M. Pasor1629-1658zedekunde, wiskunde, theologie
Joh. Borgesius1646-1652wiskunde
J. Borgesius1653-1666wiskunde, welsprekendheid
J. Bertling1667-1669logica, wiskunde, wijsbegeerte
Joh. Bernoulli1694-1705wiskunde, wijsbegeerte
J.P. de Crosa1724-1726wijsbegeerte, wiskunde
N. Engelhard1728-1765wiskunde en (meta-) physica
A. Brugmans1767-1789wis- en sterrekunde, mechanica
F.A. Widder1767-1784wis-, natuur- en sterrekunde, theologie
J. Baart de la Faille1790-1823wis-, natuur- en sterrekunde,
S. Brouwer1823-1835wiskunde, fysica, chemie
J.W. Ermerins1835-1868wis-, natuur- en sterrekunde
W.A. Enschedé1843-1881wis-, natuur- en sterrekunde
R.A. Mees1868-1886wis-, natuur- en sterrekunde
H.J. Rink1877-1883meetkunde, analyse
P.H. Schoute1881-1913meetkunde
F. de Boer1884-1908algebra en analyse
Fred. Schuh1909-1916algebra en analyse
J.A. Barrau1913-1928meetkunde
J. Wolff1917-1922algebra en analyse
J.G. van der Corput1923-1946algebra en analyse
B.L. van der Waerden1928-1931elementaire wiskunde, meetkunde
G. Schaake1931-1945meetkunde
J. Ridder1931-1962analyse
C.S. Meijer1946-1972analyse
J.C.H. Gerretsen1946-1972meetkunde
L.J. Smid1951-1971statistiek
A.I. van de Vooren1958-1984stromingsleer, numerieke wiskunde
J.A. Sparenberg1961-1990technische mechanica
W. Verdenius1961-1974analyse
A. van Heemert1962-1968meetkunde
J.Ch. Boland1969-1979topologie, grondslagen
P.M.E.M. van der Grinten1969-1972systeemtheorie
M. Kuipers1971-1989technische mechanica
F. Takens1972-1999differentiaaltopologie, dynamische systemen
E.G.F. Thomas1973-2004functionaalanalyse
J.C. Willems1973-2003systeemtheorie
R.F. Curtain1977-2006systeemtheorie

Commentaar: De namen J.C. Kapteyn (1851-1922), O. Bottema (1901-1992) en J. Popken (1905-1970) komen in dit overzicht niet voor, maar worden wel behandeld. Kapteyn heeft een wiskundige opleiding en is in de wiskunde gepromoveerd, maar heeft later zijn hoofdtaak gevonden in de sterrekunde. Bottema is enige tijd privaatdocent in Groningen geweest voordat hij naar Delft vertrok. Popken is ook enige tijd privaatdocent in Groningen geweest en belandde na enkele omzwervingen in Utrecht.

ACADEMIEGEBOUW 1909-

References

  • G.Baneke, De Groningse eeuw van de natuurwetenschappen. In Boekvorm Uitgevers 2005
  • Klaas van Berkel, Universiteit van het Noorden. vier eeuwen academisch leven in Groningen. Deel 1: De oude universiteit 1614-1876; Deel 2: De klassieke universiteit 1876-1945. Verloren, Hilversum, 2014, 2017
  • W.B.S. Boeles, Levenschetsen der Groninger Hoogleeraren. In: W.J.A. Jonckbloet, Gedenkboek der Hoogeschool te Groningen ter gelegenheid van haar vijfde halve eeuwfeest, Groningen 1864
  • Effigies et vitae professorum Academiae Groningae & Omlandiae (Groningen, 1654); repr. (1968)
  • J. Guichelaar en G.B. Huitema, Verbinden en verspreiden. De kracht van het Koninklijk Natuurkundig Genootschap te Groningen. In: J. Guichelaar, G.B. Huitema en H. de Jong (redactie), Zekerheden in waarnemingen - Natuurwetenschappelijke ontwikkelingen in Nederland rond 1900. Verloren 2012
  • M.C. van Hoorn, Obe Postma als leraar aan de Rijks-hbs te Groningen. In: J. Guichelaar, G.B. Huitema en H. de Jong (redactie), Zekerheden in waarnemingen - Natuurwetenschappelijke ontwikkelingen in Nederland rond 1900. Verloren 2012
  • J. Huizinga, Geschiedenis der Universiteit gedurende de derde eeuw van haar bestaan. In: Academia Groningana MDCXIV-MCMXIV Noordhoff 1914
  • P.C. van der Kruit, Het Koninklijk Natuurkundig Genootschap - ter gelegenheid van de verlenging van het Predicaat Koninklijk. Voordracht KNG 7 september 2012
  • H. Kubbinga, The astronomical instruments (1618) and Catalogus librorum (1646) of Nicolaus Mulerius, with an essay on his place in the history of science. Groningen University Press 2014
  • J.A. van Maanen, Een complexe grootheid: leven en werk van Johann Bernoulli 1667 - 1748. Epsilon Uitgaven 34, 1995
  • D. van Netten, Nicolaus Mulerius (1564-1630): Een geleerde uit Groningen in de discussies van zijn tijd. Barkhaus 2010
  • G. Sierksma, Bernoulli, Johann (1667-1748) - His turbulent years in Groningen. Mathematical Intelligencer 14(4) 22-31, 1992
  • G. Sierksma, The mathematical sciences in Groningen before and after Bernoulli’s stay. Nieuw Archief voor Wiskunde 13(1) 37-48, 1995
  • E. Visser (ed.), Universitas Groningana 1914-1964. Wolters 1964

Instituties die een rol spelen.

Een aantal instituties is van belang geweest voor de ontwikkeling van de wiskunde in Nederland, in het bijzonder ook in Groningen.

ACADEMIE van FRIESLAND

  1. De Universiteit van Franeker (of Academie van Friesland) is gevestigd in 1585. Een van de wiskundigen van betekenis was Adriaan Adriaansz. Metius (Alkmaar, 9 december 1571 - Franeker, 6 september 1635). Na een aanvankelijke bloei, vooral in de godgeleerdheid, raakte de universiteit in verval en werd in 1811, onder het bewind van Napoleon, per decreet opgeheven. Als compensatie werd in 1815 nog een (Rijks) Atheneum opgericht, maar dat werd in 1843 ook weer opgeheven. De reden hiervoor was de terugloop van de studentenaantallen.
  2. Het Wiskundig Genootschap werd in 1778 opgericht als een soort rederijkers genootschap onder de zinspreuk "Een onvermoeide arbeid komt alles te boven". Sinds 2003 is het genootschap 'koninklijk' en we korten af KWG. Sinds eind 19e eeuw heeft het enigszins recreatieve karakter plaats gemaakt voor creativiteit en lange tijd is het Nieuw Archief voor Wiskunde een tijdschrift geweest waarin Nederlandse wiskundigen belangrijk werk publiceerden. Hiernaast is in 1888 het (Koninklijk) Actuarieel Genootschap opgericht, 'koninklijk' sinds 2013, waarvan ook een aantal wiskundigen lid is geweest.
  3. In 1808 richtte Koning Lodewijk Napoleon de het Koninklijk Instituut op, dat in 1812 het Amsterdams Trippenhuis (aan de Kloveniersburgwal) betrok en dat vanaf 1851 overging in de Akademie. In 1938 gaat de Akademie over in de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW). Een aantal aan Groningen verbonden wiskundigen is hiervan lid geweest. Er werd ook veel gepubliceerd in de Verhandelingen Natuurkunde, Verslagen en Mededelingen of de Proceedings van de Akademie; dit laatste is wat betreft de wiskunde later () overgegaan in Indagationes Mathematicæ.

TRIPPENHUIS te AMSTERDAM

  1. De (Koninklijke) Hollandse Maatschappij der Wetenschappen (KHMW) bestaat al sinds 1752 en verwierf het predicaat 'koninklijk' in 2002. De KHMW is gehuisvest in het Hodshonhuis te Haarlem (aan het Spaarne, tegenover het Teylers Museum). Een aantal wiskundigen was hiervan lid. Ook de KHMW had een eigen tijdschrift Archives Néerlandaises geheten. In Utrecht bestaat als tegenhanger het in 1773 opgerichte Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. Verder waren er op locaal niveau veel genootschappen met soortgelijke doelstellingen.

HODSHON HUIS te HAARLEM

  1. Het Koninklijk Natuurkundig Genootschap (KNG) is gevestigd in Groningen. Het is opgericht in 1801 onder de naam Natuur- en Scheikundig Genootschap door een groep studenten onder leiding van Theodoor van Swinderen (1784-1851). Deze groep was geinspireerd door de colleges en demonstraties van Jacob Baart de la Faille (1757- 1823), wiens gelijknamige zoon als medicus actief lid zou zijn. Ook de locale wiskundigen waren bij dit Genootschap betrokken. Zo sprak bijvoorbeeld de wiskunde hoogleraar Willem Adriaan Enschede een feestrede uit ter gelegenheid van het vijfenzeventig jarig bestaan van het genootschap in 1876. Vanaf 1976 voert het genootschap het predicaat 'koninklijk'. Het genootschap vormde een verbinding tussen het middelbaar onderwijs, met name de Rijks-HBS, en de universiteit. We noemen hier de leraar, wetenschapper en dichter Obe Postma (1868-1963), de wis- en sterrenkundigen Jacobus Cornelius Kapteyn en Willem de Sitter en de natuurkundeleraar Florentius G. Groeneman (1838-1929).
  2. Tijdschriften (behalve bovengenoemde): In de 17e eeuw werd het mogelijk om te publiceren in internationale tijdschriften zoals het in 1682 opgerichte Acta Eruditorum en in de tijdschriften die werden uitgegeven door de verschillende academies in Europa, zoals de Proceedings of the Royal Society. De 19e eeuw kende de opkomst van vele wiskundetijdschriften zoals Journal für die Reine und Angewandte Mathematik (Crelle's Journal).
    Op nationaal niveau had het KWG het tijdschrift Nieuw Archief voor Wiskunde. Daarnaast werd in de 19e eeuw door wiskundigen gepubliceerd in de tijdschriften van de Akademie. Ook is een tijdlang het Nieuw Tijdschrift voor Wiskunde van belang geweest; hierin en ook in het tijdschrift Euclides werd veelvuldig door wiskundeleraren gepubliceerd. Toen de publicatie-cultuur `moderniseerde' gingen sommige van deze tijdschriften over in vaktijdschriften. Verder noemen we tijdschriften als Simon Stevin en Christiaan Huygens.

TITELBLAD ACTA ERUDITORUM

Achtergrond informatie

  • G. Alberts, Jaren van berekening. Toepassingsgerichte initiatieven in de Nederlandse wiskundebeoefening 1945-1960. Amsterdam University Press 1998
  • Danny Beckers, Actuarial science, mathematics and statistics. The association of mathematical advisors for life insurance companies (1889- 1920)
  • Klaas van Berkel, Albert van Helden, L.C. Palm, The History of Science in the Netherlands: Survey, Themes and Reference. Brill 1999
  • W.B.S. Boeles, Frieslands Hoogeschool 2-1 (1879) Tresoar Leeuwarden
  • Het Biografisch Portaal van Nederland
  • J.G. van der Corput, Overzicht Nederlandse wiskunde in eerste helft van de 20ste eeuw. In Dr K.E. Proost en Prof dr Jan Romein, Geestelijk Nederland 1920-1940 Deel II, De Wetenschappen van Natuur, Mens en Maatschappij. N.V. Uitg.-Mij Kosmos - Amsterdam - Antwerpen 1948
  • D. van Dalen, L.E.J. Brouwer, 1881-1966, een biografie: het heldere licht van de wiskunde. Bert Bakker 2001
  • D. van Dalen, L.E.J. Brouwer: Topologist, Intuitionist, Philospher: How Mathematics is Rooted in Life. Springer 2013
  • G. van Dijk, Leidse hoogleraren Wiskunde 1575-1975 Universiteit Leiden 2011
  • Arjen Dijkstra, Academics and Idiots, proefschrift Universiteit Twente 2012
  • Ivor Grattan-Guinness, Companion Encyclopedia of the History and Philosophy of the Mathematical Sciences. Two volumes, Routledge London 1994
  • M.C. van Hoorn, Gymnasia en hbs'en vóór de Tweede Wereldoorlog. Historisch Jaarboek Groningen (2007) 7-34
  • M.C. van Hoorn, Euclides en de hbs vóór de Tweede Wereldoorlog. Euclides 83(6)(7)(8) (2008) 286-290, 326-331, 366-371
  • J. Israel, The Dutch Republic. Its Rise, Greatness, and Fall 1477-1806. Clarendon Press 1998
  • J. Korevaar en R. Tijdeman, De geschiedenis van Indagationes Mathematicæ. Nieuw Archief voor Wiskunde 5 14(1) (2013) 66-72
  • M.J. van Lieburg, De academische prijsvragen; Een inventarisatie en annotatie van de prijsvragen - uitgeschreven door de Nederlandse universiteiten 1815-1968. Erasmus Publishing 2007
  • F. van Lunteren, "Van meten tot weten". De opkomst der experimentele fysica aan de Nederlandse universiteiten in de negentiende eeuw. Gewina 18 (1985) 102-138
  • J.J. O’Connor en E.F. Robertson. MacTutor History of Mathematics Archive. St Andrews UK
  • Dirk Struik, Het land van Stevin en Huygens. Sunschrift 134 (derde en verbeterde druk) Nijmegen 1979
  • B. Willink, De tweede Gouden Eeuw: Nederland en de Nobelprijzen voor natuurwetenschappen 1870-1940. BMGN - Low Countries Historical Review 114(3), 1998