Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Rudolf Adriaan Mees 1844-1886

Rudolf Adriaan Mees (Rotterdam 27 September 1844 - Groningen 15 February 1886) was a professor at the University of Groningen between 1868 and 1886.

Rudolf Adriaan Mees werd geboren te Rotterdam op 27 September 1844, als zoon van Mr Willem Cornelis Mees (Rotterdam 6 December 1813 - Amsterdam 24 December 1884). In 1849 kreeg vader Willem Mees een betrekking als secretaris van de Nederlandse Bank, waarna een verhuizing van het gezin Mees van Rotterdam naar Amsterdam plaatsvond. Later werd hij president van de Nederlandse Bank. Rudolf's moeder was Jacoba Claudina van den Ham (Rotterdam 6 Januari 1820 - Amsterdam 5 December 1853) en hij had een zuster Constance Frederika (Rotterdam 5 Mei 1846 - 's Graveland 18 Juni 1904), een broer Adriaan Walter (Rotterdam 26 December 1847 - Utrecht 25 October 1907) en een zuster Maria Elisabeth Adriana (1850-1905). Na de vroege dood van moeder nam vader Mees de zorg voor de kinderen geheel op zich. Rudolf Mees was een telg uit het geslacht Mees dat in 1720 in Rotterdam was begonnen met de financiering van handel; vader Willem Mees was naast zijn werkzaamheden bij de Nederlandse Bank ook president-curator van de Hoogeschool (Universiteit) Utrecht en lid van de K(N)AW. Verschillende oudooms waren hoogleraar en lid van de K(N)AW.

Gezin. Rudolf trad op 29 November 1876 te Groningen in het huwelijk met Hermanna Elisabeth Gockinga (Winschoten 5 Juni 1852 - Arnhem 30 Augustus 1934). Hun gezin had de kinderen

  • Andrea (Groningen 2 Mei 1878 - Groningen 2 April 1891),
  • Jacoba Claudina (Baden Baden 3 Augustus 1878 - Groningen 20 Maart 1891),
  • Maria Elisabeth Adriana (Groningen 12 Maart 1881 - Sao Paulo 11 Mei 1965),
  • Willem Cornelis (Groningen 10 November 1882 - Apeldoorn 6 Mei 1976).

Opleiding. Als gezegd woonde vanaf 1849 de familie in Amsterdam. Rudolf Mees volgde de Franse school van L. Patoir met aanvullingen Latijn en Grieks door Dr Bruining en wiskunde door Dr Van Langeren Matthes. Hier viel Rudolf reeds op door zijn grote scherpzinnigheid. Een cursus natuurkunde volgde hij bij Felix Meritis door Mr J.A. Van Eijk. Deze versnippering werd veroorzaakt doordat de Latijnse School was vervangen door een Gymnasium waarbij velen zich niet met de nieuwe regelingen konden verenigen. Rudolf ging natuurkunde studeren aan het Athenæum (nu Universiteit van Amsterdam), gestimuleerd door zijn vader. Na een korte onderbreking wegens ziekte hervatte hij in 1863 de studie in Utrecht. Na zijn kandidaatsexamen in 1864 kon hij zich meer toeleggen op het beoefenen van de natuurkunde, waarbij hij werd gestimuleerd door C.H.D. Buys Ballot. Hij werkte onder leiding van de hoogleraar Richard (Rijk) van Rees (1798-1875). Voormalig rector C.H.C. Grinwis van de Hogeschool Utrecht (nu Universiteit Utrecht) had Rees beschreven en hem ten voorbeeld gesteld. Tijdens latere voordrachten van Mees bij het Koninklijk Natuurkundig Genootschap (KNG) te Gronngen vond men dat Mees Rees kennelijk zelfs overtroffen had.

Na zijn doctoraal vertrok hij in 1866 naar de in 1854 opgerichte "eidgenössische polytechnische Schule" in Zürich, de latere ETH, waar hij onder meer invloeden onderging van de wis- en natuurkundige Rudolf Clausius (1822-1888), een der grondleggers van de thermodynamica, de wiskundige Elwin Bruno Christoffel (1829-1900), bekend van de differentiaalmeetkundige Christoffel-symbolen, en de wiskundige Friedrich Prym (1841-1915). Wiskunde bleef voor hem de hoofdzaak. In 1867 keerde hij terug naar Utrecht om op 12 juni 1867 bij Van Rees te promoveren op het proefschrift De trillingsrichting in het rechtlijnig gepolariseerde licht. Van Rees was nauwelijks geïnteresseerd in experimenten, en Mees heeft zich hierin pas later in Groningen verder kunnen ontwikkelen; hij deed dit met grote volharding en toewijding.

PROVINCIALE OVERIJSSELSCHE en ZWOLSCHE COURANT dd 12 October 1868

Hoogleraar. Zoals indertijd niet ongebruikelijk was, had Mees reeds een benoeming aan een hbs willen aanvaarden, toen hij in 1868 - nog geen 24 jaar oud - werd benoemd tot hoogleraar in Groningen. Zijn leeropdracht luidde: "physica experimentalis, physica mathematica, exercitia practica, astronomiæ elementa" en na 1877: "natuurkunde, meteorologie, hogere wiskunde". Hij hield op 7 October 1868 een inaugurele rede Het onderwijs in de natuurwetenschappen een noodzakelijk bestanddeel van elke beschaafde opvoeding. Hij betoonde zich mathematicus, fysicus en astronoom in de dop. Exacte wetenschappen genoten destijds volop belangstelling ook voor hun toepassingen in de industrialisatie. Tot zijn eigen promovendi hoort Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926), Groningen 1879 Nieuwe bewijzen voor de aswenteling der aarde. Mees werd op 4 Mei 1874 benoemd tot lid van de K(N)AW. Ook was hij Rector Magnificus in 1876-77, en de titel van zijn overdrachtsrede luidde Nieuwe denkbeelden op natuurkundig gebied. Hierin beschrijft hij onder meer de Faraday-Maxwellse opvattingen over "electrische" verschijnselen en de "elektrische" lichttheorie.

LEEUWARDER COURANT dd 12 October 1879

Groningen. Mees’ voorgangers in Groningen waren Brouwer en diens opvolger Ermerins. Zij waren gewoon in hun woonvertrekken colleges te geven. Ermerins verwierf in het (toenmalig) nieuwe Academiegebouw een ruime collegekamer op de bovenste verdieping, annex werk- en zitkamer voor de hoogleraar. Hij had daar een fraaie verzameling van instrumenten bijeengebracht en kreeg hiervoor jaarlijks een budget van 800 gulden. Mees heeft hier zijn taak met zoveel energie aangevat, "dat men terstond bemerkte een grote schrede voorwaarts gedaan te hebben", we citeren hier uit het Levensbericht van H. Kamerlingh Onnes (zie hieronder). Hij erfde ook een uitstekende amanuensis, genaamd Hendrik Deutgen (1816-1887). Deze placht zijn horloge gelijk te zetten met de sterreklok, om daarna het torenuurwerk te regelen. Deutgen vervaardigde ook de instrumenten: hij bezat twee rechterhanden. Deutgen wist ook fraaie college-proeven voor te bereiden en op tijd uit te voeren; hiervan kon ook de scheikunde-hoogleraar Sibrandus Stratingh (1785-1841) meepraten. Hij werd door Mees bedankt in de Verslagen en Mededeelingen van de Afdeling Natuurkunde der K(N)AW. Voor een uitvoerige beschrijving van Mees' experimenteel natuurkundige interesses zij verwezen naar het reeds vermeldde K(N)AW levensbericht door Kamerlingh Onnes, zie ook de titels van Mees' publicaties hieronder.

Evenals Ermerins en Enschedé was Mees actief in het (Koninklijk) Natuurkundig Genootschap. Voor meer informatie over dit Genootschap en de rol die dit speelde binnen de Universiteit, zie de inleiding tot deze website.

Persoonlijkheid. Mees las en studeerde veel. Hoewel geen publieke figuur, was hij geliefd en genoot hij van gezelligheid in kleine kring met vrienden. Zijn grote algemene ontwikkeling werd bij zijn collega’s zeer gewaardeerd. Hij was helder en weldoordacht in zijn woordkeus, bleef trouw aan zijn standpunten, maar lokte geen redetwisten uit. Hij was niet spraakzaam, ook niet tijdens vergaderingen. In godsdienstig opzicht was hij vrijzinnig. Als natuurvorser was hij rechtdoorzee, hij vond dat je gewoon als hoogleraar je werk moest doen. Toen hij op sterven lag vond mocht het Groninger Corps van hem wel gewoon het lustrum vieren.

KNAW dd 27 Februari 1886

Hij uit dank aan zijn vader met wie hij een drukke briefwisseling onderhield over persoonlijke, staatkundige en economische onderwerpen. Beiden dweepten met Charles Dickens en sir Walter Scott. Beiden reisden ook graag: Zwitserland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Engeland. Hun gezamenlijke interesse betrof daarbij natuurschoon en kunst.

BERICHT in de MAASBODE dd 18 Februari 1886

Het einde. Rudolf overleed op 15 Februari 1886 in Groningen, na enige jaren van ziekte (Kamerlingh Onnes spreekt in zijn Levensbericht van "borstaandoening", vermoedelijk betreft dit tuberculose). Ook eerder in zijn leven was hij regelmatig ziek en verbleef dan gedurende enige tijd in de Zwitserse alpen of in het Franse Montreux. Hij werd de laatste tijd vervangen door Dr Florentius Goswin Groneman (1838-1929), die Mees op eigen kosten inhuurde. Groneman was in 1863 bij Van Rees gepromoveerd op het proefschrift Over den veranderlijken toestand van den galvanischen stroom gedurende zijn ontstaan. Hij was leraar wiskunde, plant- en dierkunde, natuur- en werktuigkunde en kosmografie aan de nieuwe in 1864 begonnen RHBS te Groningen en van 1869-1905 directeur. Hij speelde een belangrijke rol in als voorzitter van het KNG in haar bloeiperiode en werd later zelfs erevoorzitter. In de publikaties van Guichelaar et al. staan een goede beschrijvingen van het KNG.

Literatuur over R.A. Mees:

  • W.A. Enschedé, Feestrede (K)NG 75 jaar. Het Het Vijf-en-zeventigjarig bestaan van het Natuurkundig Genootschap te Groningen. R.J. Schierbeek 1876
  • J. Guichelaar, Willem de Sitter, Einstein's friend and opponent. Springer 2018
  • H. Kamerlingh Onnes, Levensbericht R.A. Mees. KNAW jaarboek 1888, 61-96
  • Website van Jan van Eeghen

Publicaties van R.A. Mees:

  • De Trillingsrichting in het Regtlijnig gepolariseerde Licht. Academisch Proefschrift Utrecht 12 Juni 1867
  • Ueber die von Ch. Briot aufgestellte Dispersionstheorie. Annalen der Physik und Chemie 210(5) (1868) 118-145
  • Het Onderwijs in de Natuurwetenschappen een noodzakelijk bestanddeel van elke beschaafde opvoeding. Redevoering ter aanvaarding van het Hoogleeraarsambt aan de Hoogeschool te Groningen, uitgesproken 7 October 1868
  • Eene schijnbare tegenstrijdigheid op het gebied der kleurentheorie. Onder de Rubriek: Mengelwerk in Volksblad 150 Jaarg. No. 50 en 51, 15 en 22 Dec. 1870
  • Ueber das Avogadro'sche Gesetz. Berichte der deutschen chemischen Gesellschaft 4(1) Februari 1871
  • Erwiderung. Berichte der deutschen chemischen Gesellschaft 4(1) October 1871
  • Een paar College-proeven. Maandblad voor Natuurwetenschappen Jaarg. 4 No. 5, Groningen, Mei 1874
  • Over den invloed van de Beweging der Trillingsbron op de intensiteit der door haar uitgezonden trillingen. Verslagen en Mededeelingen der Kon. Acad. v. Wetenschappen. Afd, Natuurkunde, ae Reeks, Dl. IX, 1875; Vertaling in de Archives Néerlandaises, T. XII
  • Onderzoekingen omtrent de theorie der vlammen. Verslagen en Mededeelingen der Kon. Acad. v. Wetenschappen. Afd. Natuurkunde, 2e Reeks, Dl. X, 1876; Vertaling in de Archives Néerlandaises T. XII
  • Nieuwe Denkbeelden op Natuurkundig Gebied. Redevoering den isten Oct. 1877 uitgesproken bij de overdracht van het Rectoraat der Hoogeschool te Groningen
  • Over de Theorie van den Radiometer. Verslagen en Mededeelingen der Kon. Acad. v. Wetenschappen. Afd. Natuurkunde, 2e Reeks, Dl. XIII, 1878; Resumé in de Archives Néerlandaises T. XIV.
  • Bepaling van de samendrukbaarheid van Water, volgens de methode van Jamin en met behulp van den Manometer van Regnault. Verslagen en Mededeelingen der Kon. Acad. v. Wetenschappen. Afd. Natuurkunde, 2e Reeks, DI. XIV, 1879
  • Over de Methode van Jamin ter bepaling van de samendrukbaarheid der vloeistoffen. Verslagen en Mededeelingen der Kon. Acad. v. Wetenschappen. Afd. Natuurkunde, 2e Reeks, Dl. XV
  • De voortplanting van vlakke geluidsgolven in Gassen volgens de kinetische Gastheorie. Verslagen en Mededeelingen der Kon. Acad. v. Wetenschappen. Afd. Natuurkunde, ze Reeks, Dl. XV
  • Uitkomsten van Waarnemingen met den Piëzometer. Verslagen en Mededeelingen der Kon. Acad. v. Wetenschappen. Afd Natuurkunde, ae Reeks, Dl. XIX, 1883

Mathematics Genealogy Project voor R.A. Mees

[HWB en HSVdS December 2018]