Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Hendrik Jan Rink 1847-1883

Hendrik Jan Rink (Tiel 12 June 1847 - Groningen 14 September 1883) was a professor at the University of Groningen between 1877 and 1883.

Hendrik Jan Rink werd op 12 Juni 1847 te Tiel geboren als derde van zes kinderen in het gezin van Stephanus Rink (Tiel 6 October 1813 - Tiel 18 Januari 1895) en Gabrielle Jakomina van der Willigen (Tiel 6 Juni 1813 - Tiel 6 Februari 1853). De vader Stephanus Rink behoorde tot een eeuwenoude Tielse familie van juristen; van zijn drie zoons zouden er twee ook jurist worden. Hendrik Jan Rink studeerde aan de Polytechnische School te Delft waar hij op 5 Ju!i 1869 het diploma van civiel ingenieur verwierf. Vervolgens vertrok hij naar Utrecht voor een verdere studie in de natuurkunde. Hoe het bij het universitair onderwijs in de natuurkunde toeging laat zich illustreren met de brief aan de curatoren waarin Hendrik Jan Rink samen met medestudent Victor Julius (die later hoogleraar natuurkunde in Utrecht zou worden) aandrong op betere voorzieningen voor de praktische oefeningen en op de aanstelling van een assistent. Zij stelden dat het onmogelijk was om zich te bekwamen in praktische oefeningen, terwijl men als natuurkundedocent aan een HBS dergelijke oefeningen zou moeten leiden. Hij promoveerde op 16 Juni 1871 in Utrecht bij C.H.C. Grinwis tot Doctor in de Wis- en Natuurkunde op een Dissertatie: Over de snelheid van het geluid bij voortplanting in de lucht.

Op 11 Juni 1870 werd Rink door de gemeente Tiel aangesteld als leraar wis- en natuurkunde aan de net opgerichte HBS met vijfjarige cursus in Tiel, die in September van dat jaar zijn poorten zou openen. Tijdens de zitting van 8 Februari 1873 werd door de Gemeenteraad van Delft besloten Dr. H.J. Rink aan te stellen tot leraar aan de Hoogere burgerschool in Delft. Dat ambt heeft hij een aantal jaren vervuld tot de universiteit van Groningen Rink wilde aanstellen als hoogleraar wiskunde. Daarom werd halverwege September 1877 door de gemeenteraad van Delft een tijdelijke opvolger voor Rink aangesteld.

Hoogleraar. Hij aanvaardde zijn ambt van hoogleraar in Groningen op 19 October 1877 met een openbare les: De beteekenis der verschillende onderdeelen van de wiskunde en in 't bijzonder van de beschrijvende meetkunde. Hij was aangesteld voor het onderwijs in Beschrijvende meetkunde; differentiaal en integraalrekening; theorie der functien. Als naaste collegas binnen de Faculteit Wis- en Natuurwetenschappen waren aanwezig Willem Adriaan Enschedé (Haarlem 20 April 1811 - Groningen 13 April 1899) die sinds 1843 hoogleraar in Groningen was met op dat moment de onderwijsopdracht Hoogere stelkunde en analytische meetkunde en Rudolf Adriaan Mees (Rotterdam 27 September 1844 - Groningen 15 Februari 1886), die sinds 1868 les gaf in Natuurkunde en meteorologie; maar volgens Heike Kamerling Onnes waren de colleges van Mees over mathematische fysica het glanspunt van zijn onderwijs. Later in het studiejaar trad ook aan Jacobus Cornelius Kapteijn (Barneveld 19 Januari 1851 - Amsterdam 16 Juni 1922) met als onderwijsopdracht Sterrekunde, waarschijnlijkheidsrekening, en mechanica. In het voorjaar van 1879 kreeg Mees voor het eerst last van de aandoening waaraan hij uiteindelijk zou overlijden; in Juni 1879 vertrok hij voor langere tijd naar Baden, waar hij tijdelijk hersteld van terugkwam. Het onderwijs van Mees werd in die periode overgenomen door Rink.

BENOEMING EN ONTSLAG

In 1881 trad Enschedé af en werd Pieter Hendrik Schoute (Wormerveer 21 Januari 1846 - Groningen 18 April 1913) benoemd; tegelijkertijd werd de leeropdracht van Rink gewijzigd. De wis- en natuurkunde in Groningen was nu in handen van een groep betrekkelijk jonge mensen. Maar de hooggestemde verwachtingen werden wreed verstoord: op 14 September 1883 stierf Hendrik Jan Rink totaal onverwacht.

OVERLIJDEN

Bij de opening van het academisch jaar op 18 September 1883 begon de rector P. de Boer aldus: ''De feestdag is een rouwdag geworden. Terwijl we anders met opgewekten zin en met frisschen moed den nieuwen cursus aanvangen, verkeeren we nu onder den indruk van de droeve taak, welke we gister te vervullen hadden. Verpletterend was de tijding, dat onze hooggeschatte ambtgenoot Dr. H.J. Rink den laatsten adem had uitgeblazen. In den bloei van den mannelijken leeftijd is hij uit ons midden weggerukt. Een gelukkig huisgezin is plotseling in diepen rouw gedompeld. Een liefhebbend echtgenoot, vader en vriend is ontnomen aan zijne gade, wier steun hij was; aan zijne kinderen, wier leidsman hij zou zijn; aan zijne familie, wier trots hij was; aan zijne vele vrienden, die hem diep betreuren. Rink was een begaafd man en muntte uit door helderheid van kennis en door wilskracht. De vruchten van zijn geest trokken de aandacht ook van buitenlandsche geleerden, als b.v. Arthur Cayley in Cambridge. Zijne taal was puntig en pittig. Zijne woorden waren soms scherp, maar zonder te kwetsen, want zij vloeiden voort uit eene eerlijke overtuiging. Zijn kort leven heeft hij wel besteed.'' Na een beknopte levensbeschrijving gaat de rector verder: ''En op 36-jarigen leeftijd wordt die fiere, krachtige stengel reeds geknakt! De Universiteit verliest in hem een harer sieraden, de faculteit een lid, wiens helder inzicht geroemd werd, de maatschappij een verdienstelijk burger. Getrouw aan beginselen en plicht heeft hij de zaak der waarheid nooit te kort gedaan door zwijgen of veinzen. Ook als lid van den Raad der gemeente deed hij zich krachtig gelden. Hij was een warm vriend voor zijne vrienden. Zijn nagedachtenis zal bij ons in eere blijven!''

OBITUARY

Als wetenschapper heeft Rink op verschillende wijzen van zich doen spreken. Tijdens zijn leraarschap heeft hij naast zijn proefschrift verschillende verhandelingen met een fysische orientatie het licht doen zien, ook zaken die niet aan zijn proefschrift gerelateerd waren. Zijn laatste jaren heeft hij besteed aan onderzoek in de complexe analyse. Twee van zijn publicaties, waaronder een posthuum, verschenen in het Zeitschrift für Mathematik und Physik, opgericht in 1856 door Oscar Schlömilch. Dit tijdschrift bevatte niet veel buitenlandse bijdragen; eerder hadden Mees (1875), Lorentz (1877, 1878), en Korteweg als enige Nederlanders daarin gepubliceerd. Helaas is Rink's werk in die richting vroegtijdig afgebroken. Naast het eigen werk zette Rink zich in om bij het grote publiek belangstelling te kweken voor wetenschappelijke zaken.

BESTUURSLID

Reeds in Delft was hij bijvoorbeeld als bestuurslid en spreker betrokken bij het Departement Delft der Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Ook voor de Koninklijke Maatschappij voor Natuurkunde (opgericht in 1793) hield hij een aantal voordrachten

  • 1875-1876 Over het optisch bedrog (wis- en natuurkunde)
  • 1878-1879 Over het electrisch licht (natuurkunde)
  • 1880-1881 Over ijsbereiding (natuurkunde; techniek en industrie)
  • 1881-1882 Over weêrvoorspellingen (weer, atmosfeer)

Ook op maatschappelijk gebied was Rink actief, zoals uit zijn lidmaatschap van de Groningse gemeenteraad moge blijken. Daarnaast was hij ook geruime tijd opzichter van het onderwijs in Loppersum. Verder was hij lid van verschillende staatscommissies voor het afnemen van examens.

SPREKER

Huwelijk en gezin. Hendrik Jan Rink was op 9 Augustus 1871 in Delft getrouwd met Jacomina Johanna van Meerten (Delft 10 April 1847 - Koblenz 28 Februari 1908). Jacomina was de dochter van Hubertus Eliza van Meerten (s' Gravenhage 17 December 1803 - Delft 29 April 1890) en Dina van der Willigen (Rotterdam 7 Januari 1814 - Delft 2 April 1891). Zij kregen de volgende kinderen:

  • Dina Rink (Tiel 26 Mei 1872 - ?); trouwde op 1 Augustus 1901 in Den Haag met Johan Carl Friedrich Wilhelm Langenfeld (1860 - ?).
  • Stephanus Rink (Delft 24 Juli 1873 -- ? ); 7 Augustus 1873 vanaf 5 October 1897 geregistreerd als inwonend bij de arts Claudius Hendrikus Herwerden in Berlicum.
  • Huibert Eliza (Delft 19 October 1874 - Delft 28 Juli 1875).
  • Gabrielle Jacomina Rink (Groningen 24 Juni 1882 - Hilversum 8 Februari 1955); trouwde op 16 April 1908 in Giessendam met Jan Pot (Giessendam 8 Februari 1874 - Oldebroek 20 September 1957), die in 1908 een portret van Rink aan de universiteit schenkt.

Het plotselinge overlijden van Rink was des te tragischer, omdat zonder dat de familie het wist, reeds 11 dagen eerder, zijn jongste broer de jurist Carel Hendrik Johan Willem Rink (Tiel 4 Januari 1853 - Magelang 3 September 1883), voorzitter van de Landraden te Magelang en Temangoeng, in Indonesie was overleden.

DANKBETUIGING

De overblijvende broer, de jurist Pieter (Tiel 13 Augustus 1851 - 's Gravenhage 6 Augustus 1943) was lid van de gemeenteraad van Tiel en de Provinciale Staten van Gelderland. Tussen 1891 en 1922 had hij zitting in de Tweede Kamer, met uitzondering van de jaren tussen 1905 en 1908 toen hij minister van binnenlandse zaken was in het kabinet de Meester; tussen 1923 en 1933 was hij lid van de Eerste Kamer. Hij kan worden beschouwd als een van de grondleggers van de liberale partij. Voor verdere informatie, zie Arno Bornebroek: Pieter Rink (1851-1941), van regent tot volksvertegenwoordiger. Delft, Eburon, 2014. Als minister had Pieter Rink ook met de universiteit van Groningen te maken. Na de brand van het oude academiegebouw op 30 augustus 1906 legde hij reeds op 12 november 1906 de nieuwbouwplannen aan de Tweede Kamer voor en verdedigde die met succes toen enkele kamerleden in de brand een aanleiding zagen om de universiteit van Groningen maar gelijk op te heffen.

Publicaties van H.J. Rink:

  • Over de snelheid van het geluid bij voortplanting in de lucht. Academisch proefschrift (Tiel, A. van Loon, 1871).
  • Sur la vitesse du son d'après les recherches de M. Regnault. Arch. Néerl. 8 (1872) 25-39.
  • Naar aanleiding van Hoorweg's verhandeling "Sur la théorie de Doppler". Maandblad voor Natuurwetenschappen 4 (1874) 93-96.
  • Over de beweging van een halven rechten cirkelvormigen kegel, die met eene zijner beschrijvende lijnen op een horizontaal vlak ligt. Nieuw Archief voor Wiskunde 1 (1875) 59-66.
  • De waterlocomotief van A. Huet. De Nederlandsche Stoompost van Zondag 24 October, 7 November en 21 November 1875.
  • Over de verandering van den galvanischen geleidingsweerstand van kwikzilver bij temperatuursverandering. Amst. Versl. en Meded. XI (1877) 259-300.
  • Sur la propagation du son. Arch. Néerl. 12 (1877) 262-284.
  • Sur quelques applications géometriques simples du théorème d'Abel. Arch. Néerl. 17 (1882) 460-478.
  • Über ein Theorem von Liouville, die doppelt-periodischen Functionen betreffend. Zeitschrift für Mathematik und Physik 28 (1883) 48-51.
  • On some Abelian integrals, Quarterly Journal of pure and applied mathematics. 19 (1883) 374-380.
  • Über einige Abel'sche Integrale erster Gattung. Zeitschrift für Mathematik und Physik 29 (1884) 272-283.

Mathematics Genealogy Project voor H.J. Rink

[HWB en HSVdS Augustus 2018]