Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Frederik Schuh 1875-1966

Frederik Schuh (Amsterdam 7 February 1875 - 's Gravenhage 6 January 1966) was a professor at the University of Groningen between 1909 and 1916.

Frederik ("Fred.") Schuh werd geboren te Amsterdam op 7 februari 1875 in het gezin van de kantoorbediende Frederik Schuh (Amsterdam 27 november 1841 - Amsterdam 31 Mei 1898) en Johanna Dinger (Amsterdam 4 oktober 1843 - Amsterdam 20 Juni 1893). Op de HBS in Amsterdam kreeg hij zijn diploma in Augustus 1892, waarna hij wis- en natuurkunde ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 1895 won Schuh een gouden medaille met zijn oplossing van een door de universiteit uitgeschreven wiskundeprijsvraag.

Groot nieuws!

Het jaar daarop, in November 1896, behaalde hij cum laude het candidaatsexamen en in Juli 1900 cum laude het doctoraal examen. Daarna studeerde Schuh gedurende enkele semesters in Göttingen bij F. Klein en D. Hilbert.

Loopbaan. Medio Januari 1902 trad Schuh aan als tijdelijk leraar aan de HBS in Sneek aangezien de oorspronkelijke leraar Dr. A. Nijland was overleden. Aan het eind van het lopende schooljaar kon hij in Sneek blijven of naar Apeldoorn gaan en hij koos voor de laatste mogelijkheid. Van 1902 tot 1903 was hij leraar aan de HBS Prins Hendrik der Nederlanden te Apeldoorn, en daarna keerde hij terug naar Sneek. Op 17 Mei 1905 promoveerde Schuh cum laude bij D.J. Korteweg (1848 - 1941) in Amsterdam op een proefschrift getiteld Vergelijkend overzicht der methoden ter bepaling van aantallen vlakke krommen. Aan de HBS te Sneek kreeg in hetzelfde jaar een vaste aanstelling. Tevens werd hij in 1905 privaatdocent aan de Rijksuniversiteit van Groningen; de wiskunde hoogleraren waren toen F. de Boer en P.H. Schoute. Op 24 Januari 1906 aanvaardde hij dat nieuwe ambt met een openbare les: De waarschijnlijkheidsrekening en het theorema van Bernoulli. In 1907 werd hij benoemd tot hoogleraar in Delft, met op 25 September 1907 de inaugurele rede: De waarde van het voorstellingsvermogen. Aan het slot van zijn rede gaf Schuh aan dat een zekere wiskundige aanleg helpt, maar toch ”Uebung macht den Meister”. Na de dood van F. de Boer keerde hij in 1909 terug naar Groningen, nu als hoogleraar. Zijn inaugurele rede De formeele ontwikkeling van het getalbegrip vond plaats op 29 September 1909. In Groningen had hij bij de studenten een grote reputatie om zijn glasheldere colleges over moderne onderwerpen. Tot verrassing van de Groninger Senaat aanvaardde hij in de zomer van 1916 opnieuw een hoogleraarschap in Delft. Zijn plek in Groningen werd ingenomen door J. Wolff en sinds 1915 was de positie die vrijgekomen was door de dood van Schoute bezet door J.A. Barrau. In Delft werd Schuh hoogleraar wiskunde en mechanica aan de Technische Hoogeschool tot aan zijn pensionering in 1945. Talrijke Delftse ingenieurs hebben Schuh als leermeester in de mechanica gehad. Ook in Delft waren zijn colleges zeer gewaardeerd: volgens velen van hen van een niet te overtreffen helderheid. Schuh heeft als bijzonder veelzijdig wiskundige geschreven over mathematisch-fysische onderwerpen en mechanica, over verzekeringswiskunde, en over de theorie van de mathematische spelen. Tevens was hij zeer betrokken bij de opleiding van leraren in de wiskunde en bij tijdschriften voor leraren. Schuh moet een geweldige werkkracht gehad hebben maar was verre van een kamergeleerde. In Delft gingen nog lang al dan niet apokriefe ver- halen rond over zijn voorliefde voor het goede leven. Hij overleed te ’s-Gravenhage op 6 januari 1966. Aan een leven van wiskunde en spelen was een eind gekomen.

Overlijdensadvertentie

Het wetenschappelijk werk van Schuh begon in Sneek. Zijn werk werd gepubliceerd bij de KNAW onder bemiddelling van Korteweg. Later zouden ook zijn Groningse collega P.H. Schoute en zijn Delftse collega J. Cardinaal (1848-1922) die bemiddelingsrol vervullen. In de Groningse periode 1909-1916 vondt een aantal promoties plaats onder leiding van Schuh op het gebied van ??? Een van de leerlingen van Schuh was Pierre Joseph Henry Baudet (1891-1921), de vader van de "Groningse" geschiedkundige Han Baudet, die hij rond 1914/15 had leren kennen en met wie hij bevriend geraakt was. Aangezien het toendertijd in Delft niet mogelijk was te promoveren in de wiskunde, trad Barrau in 1918 in Groningen formeel als promotor op. In het voorwoord van zijn proefschrift zegt Baudet onder meer: ”U, Hooggeleerde Barrau, die zoo bereidwillig geweest zijt mij als promotor ter zijde te staan in de plaats van professor Schuh, betuig ik in ’t bijzonder mijnen dank. Ten slotte is het mij eene behoefte mijne oprechte dankbaarheid te uiten jegens U, Hooggeleerde Schuh, wiens private colleges, welke ik door Uwen vriendschappelijken omgang het voorrecht had te genieten, van zoo beslissenden invloed zijn geweest op mijne ontwikkeling. Uwe belangstelling voor mijn werk en Uwe goede raadgevingen bij de samenstelling van dit proefschrift zal ik nimmer vergeten. Het zijn uwe buitengewoon heldere lessen, gepaard aan Uwen frisschen arbeidslust, welke voor mij steeds eene stuwkracht zullen blijven bij verderen wetenschappelijken arbeid.” Terug in Delft was Schuh nog eenmaal promotor bij een onderzoek ??? in 1920??

Boeken en leraren. Rond 1919 had Schuh al een uitgebreide lijst van publicaties (weliswaar niet alle van dezelfde wiskundige kwaliteit want een aantal was bestemd voor leraren) en er werd een poging ondernomen om Schuh lid te maken van de KNAW. Uiteindelijk werd niet hij maar Denjoy gekozen door de inspanningen van de zes jaar jongere Brouwer, die eerst voor en later tegen Schuh’s lidmaatschap was. Zoals van Dalen schrijft lijkt de keuze achteraf terecht, maar op het moment zelf was de situatie niet zo klip en klaar. Schuh werd uiteindelijk zeer bekend, niet in de eerste plaats als wetenschapper, maar als een zeer productief auteur van studieboeken voor wiskunde en mechanica. Zijn naam was onder een oudere generatie van Nederlandse wiskundedocenten van een algemene bekendheid, aangezien veel van zijn leerboeken ook toegankelijk waren voor diegenen die de M.O.-aktes K1 en K5 wensten te behalen. Verschillende wiskundigen van naam zoals H. D. Kloosterman, D. van Dantzig, en B. L. van der Waerden hadden in eerste instantie deze diploma’s behaald. N.G. de Bruijn werd op jeugdige leeftijd geïnspireerd tot zelfstudie door een van de boeken van Schuh: hij gaf eerst zelf de bewijzen en vergeleek die met de bewijzen uit het boek. Ter gelegenheid van de verschijning van zijn veertigste leerboek gaf Schuh een interview af aan de Delftsche Courant op Vrijdag 27 November 1942 met de aankondiging dat om dezelfde reden ”aanstaanden Zondagmiddag Prof. Schuh zal recipieeren te zijnen huize aan de Van Boetzelaarlaan no. 28 te ’s-Gravenhage”. Een speciale vermelding verdienen zijn Lessen over de Hoogere Algebra. I, II, III, uit de twintiger jaren. Deze boeken kunnen gezien worden als de negende druk van een werk met dezelfde naam van de Delftse wiskundige Rehuel Lobatto (1797-1866) dat oorspronkelijk verschenen was in het midden van de negentiende eeuw. De laatste editie van dit werk was in 1899 bezorgd door A.E. Rahusen. Een ander werk dat aparte vermelding verdient is zijn Leerboek der differentiaal- en integraalrekening uit 1941/1942. WAAROM? Nog toevoegen.

Zijn grote betrokkenheid bij de opleiding van leraren blijkt niet alleen uit zijn boeken. Honderden hebben voor de opleiding voor de akten K1 en K5 de lessen gevolgd die door hem in samenwerking met zijn Delftse collega George (J. G.) Rutgers (’s Hertogenbosch 5 mei 1880 - Voorburg 7 december 1956) gegeven werden in het als klasselokaal ingerichte vertrek op de bovenverdieping van zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan. Rutgers woonde oorspronkelijk in Delft in een huis dat met de achterkant van zijn tuin aan het kerkhof grensde waar zijn eerste vrouw was begraven. Wellicht om deze reden is het gezin naar Den Haag verhuisd en wel naar een huis naast hun vriend Schuh. Schuh en Rutgers schreven samen het ”Compendium der hoogere wiskunde”, een overzicht van de wiskunde op dat moment. Naast de boeken waren er ook vele artikelen speciaal geschreven voor studenten die de lesbevoegdheid voor wiskunde wilden behalen. Het forum was hier het Nieuw Tijdschrift voor Wiskunde dat in 1913 door mensen als P. Wijdenes was opgericht. Schuh heeft vanaf het begin tot aan zijn dood bijdragen geleverd. Het tijdschrift Euclides is oorspronkelijk begonnen in 1924 onder de titel Bijvoegsel van het Nieuw Tijdschrift voor Wiskunde en vanaf jaargang 4 werd de naam Euclides aangenomen. Het bijvoegsel richte zich vooral op didactische kwesties en bevatte polemische stukken over relevante wetgeving. Christiaan Huygens.

Algemene bekendheid. Ook bij het grote publiek was Schuh bekend. Voor de oorlog gaf Schuh causerien op de VARA radio onder de titel Hoe leert men denken?, waarvan men de tekst kan terugvinden in zijn boek Didactiek en methodiek van de wiskunde en mechanica (1940). De opdracht in dit boek luidt: "Aan mijn onvergetelijken leermeester, Dr. Diederik Johannes Korteweg, geb. 31 Maart 1848, Hoogleraar te Amsterdam 1881- 1918.” Dit boek was bedoeld als een leidraad voor ieder, die daarin (d.w.z., wiskunde en mechanica) studeert of onderwijs geeft; met tal van raadgevingen voor het doen van examen. Het gebruik van het woord didactiek zal bij menig modern opgeleide didactica of didacticus de wenkbrauwen doen fronsen, aangezien met geen enkel woord gerept wordt over de zich ontluikende kinderziel of de specifieke problemen van de jonge adolescent. Desalniettemin staat het vol met interessante raadgevingen en is het geschreven in een nog steeds bijzonder toegankelijke stijl". Verder was Schuh populair door zijn geschriften over kansspelen en wiskundig getinte puzzels, denk aan Wonderlijke Problemen (1943). De vertaling van dat laatste werk is ook in het buitenland bekend geworden. Denk ook aan getuige deskundige bij kanspelen. Zie kranten 1955??. Zie ook introductie van een spel met Euwe??? Minder geslaagd was zijn merkwaardige voorstel in 1952 aan de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen om te komen tot een logische uitspraak van getallen. Zo meende hij dat getallen in dezelfde volgorde moeten worden uitgesproken als waarin ze zijn geschreven, bijv. 364.287 als driehonderd-zestig-vierduizend-tweehonderd- tachtig-zeven.

Schuh volgens Van Meegeren

Familieleven. Huwelijk in Amsterdam op 28 Augustus 1902 met Maria Geertruida de Grijs (Samarang 16 november 1875 - Den Haag 21 maart 1962). Zij kregen de volgende kinderen:

  • Jan Frederik Schuh Sneek 4 December 1905 - Denia 26 februari 1980
  • Karel Anton Schuh Sneek 27 December 1906 – Den Haag 14 mei 1988
  • Helena Dorothea Schuh Groningen 26 Maart 1912 – 1999
  • Cleopatra (van der Palm) 3 September 1926 - .

Hij had een oudere broer Frans (Amsterdam 31 Augustus 1871 - Amsterdam 30 April 1905), die apotheker zou worden en met de jonkvrouwe Louisa Theodora Fredrika Goldman (Batavia 17 Mei 1872 - Den Haag 17 Juni 1959) zou trouwen, en een oudere zus Anna Catharina Sophia Wilhelmina (Amsterdam 21 september 1873 - Rotterdam 8 Februari 1945) (die met de apotheker Klaas Maarten Brussaard (Oud Beijerland 13 September 1869 - Rotterdam 25 Juni 1951) zou trouwen).

Gouden bruiloft 28 augustus 1952

Literatuur over F. Schuh:

Publicaties van F. Schuh:

  • (met P.H. Schoute, A. Boole Scot, A. Brester, J.W. Giltay, J.W.A. Haagen Smit, C. Hoitsema, A. Toxopeus), DE AANTALLEN KWADRATISCHE HYPERRUIMTEN IN DE RUIMTE VAN VIJF AFMETINGEN. Verhandelingen Natuurkunde, Eerste Sectie 9(1-7) (1905-1908)
  • Over de meetkundige plaats der punten in het platte vlak, waarvoor de som der afstanden tot n gegeven rechten standvastig is, en analoge vragen in de ruimten van drie en meer afmetingen. Verhandelingen Natuurkunde, Eerste Sectie 9(5) (1908), 1-71
  • A general definition of limit with application to limit-theorems. Proceedings 22(1) (1919), 46-47
  • A general definition of uniform convergence with application to the commutativity of limits. Proceedings 22(1) (1919), 48-50
  • The Remainder of the Binomial-series. Proceedings 22(4) (1919), 291-292
  • A problem of combinatorial analysis connected with the determination of the number of different ways in which the greatest common divisor of two products can be found. Proceedings 22(4) (1919), 293-295
  • Theorem on the term by term differentiability of a series. Proceedings 22(5) (1919), 376-378
  • On the locus of the pairs of common points and the envelope of the common chords of the curves of three pencils (1st part.) Proceedings 9 (1906), 424-434
  • On the locus of the pairs of common points and the envelope of the common chords of the curves of three pencils. 2nd part: Application to pencils of conics. Proceedings 9 (1907), 548-555
  • The locus of the pairs of common points of four pencils of surfaces. Proceedings 9 (1907), Proceedings, 555-566
  • The locus of the pairs of common points of n plus l pencils of (n-1) dimensional varieties in a space of n dimensions. Proceedings 9 (1907), 573-577
  • On an expression for the class of an algebraic plane curve with higher singularities. Proceedings 7 (1905), 42-45
  • On an expression for the genus of an algebraic plane curve with higher singularities. Proceedings 7 (1905), 107-112
  • On the curves of a pencil touching an algebraic plane curve with higher singularities. Proceedings 7 (1905), 112-117
  • An equation of reality for real and imaginary plane curves with higher singularities. Proceedings 6 (1904), 764-773
  • Plane waves of light in an homogeneous, electrically and magnetically anisotropic dielectric (first part). Proceedings 4 (1902), 49-64
  • Plane waves of light in an homogeneous, electrically and magnetically anisotropic dielectric (2nd part). Proceedings 4 (1902), 148-156
  • Fusion of the existing Theories of the Irrational Number into a New Theory. Proceedings 30(3) (1927) 368-375
  • Comparison of the Simplified Theories of the Irrational Number. Proceedings 30(4) (1927) 467-473
  • Analytical Introduction of the Trigonometrical Functions, adapted to the Geometrical Introduction. Proceedings 30(4) (1927) 474-478
  • Beweging van een excentrisch bezwaarde bol over een horizontaal vlak in verband met de tovertol ’Tippe Top’. Indag. Math. 15 (1953) 423–452
  • Meetkundige plaats, die verband houdt met de omgeschreven cirkel van de voetpuntendriehoek. I. Indag. Math. 16 (1954) 92–103
  • Meetkundige plaats, die verband houdt met de omgeschreven cirkel van de voetpuntendriehoek. II. Indag. Math. 16 (1954) 129–139
  • Meetkundige plaats, die verband houdt met de omgeschreven cirkel van de voetpuntendriehoek. III. Indag. Math. 16 (1954) 140–151
  • Meetkundige plaats, die verband houdt met de omgeschreven cirkel van de voetpuntendriehoek. IV. Indag. Math. 16 (1954) 238–249
  • Meetkundige plaats, die verband houdt met de omgeschreven cirkel van de voetpuntendriehoek. V. Indag. Math. 16 (1954) 250–262
  • Vergelijkend overzicht der methoden ter bepaling van aantallen vlakke krommen. Dissertatie. Olivier, Amsterdam, 1905
  • De waarschijnlijkheidsrekening en het theorema van Bernoulli. Openbare les Groningen. Van Druten, Sneek, 1905. 1906???
  • De waarde van het voorstellingsvermogen. Inaugurele rede Delft. Noordhoff, Groningen, 1907
  • Over de meetkundige plaats der punten in het platte vlak, waarvoor de som der afstanden tot n gegeven rechten standvastig is, en analoge vragen in de ruimten van drie en meer afmetingen (1908, M); ?????
  • De ontwikkeling van het getalbegrip. Inaugurele rede Groningen. Van der Hoek, Leiden, 1909
  • Sur quelques formules approximatives pour la circonference du cercle et sur la cyclométrie de Huygens. Extrait des Archives Néerlandaises des Sciences Exactes et Naturelles 12 178 pp., 1913 CHECK
  • Christiaan Huygens (14 april 1629 - 9 juli 1695). Christiaan Huygens 1 (1921/22) 1-28
  • Deux demonstrations due à Huygens de son théorème concernant des quatre points d’intersection de deux coniques à axes parallèles. Christiaan Huygens 1 (1921/22) 96 - 101
  • In memoriam P. J. H. Baudet. Christiaan Huygens 1 (1921/22) ??-145
  • De eerste uitingen van het genie van Christiaan Huygens. Christiaan Huygens 7 (1928/29) 214-217
  • Can $n?1$ be divisible by $çphi(n)$ when $n$ is composite? (in Dutch). Mathematica, Zutphen, B, 12 1944, 102–107

Leerboeken (vraagstukkencollecties worden niet vermeld)

  • Grepen uit de moderne meetkunde. Noordhoff, Groningen, 1916.
  • Oneindige producten, met aanhangsels over gelijkmatige convergentie en de gammafunctie. Noordhoff, Groningen, 1918.
  • Leerboek der theoretische rekenkunde. Noordhoff, Groningen, 1919.
  • Leerboek der elementaire theoretische rekenkunde. I. Geheele getallen. II. Meetbare getallen. Noordhoff, Groningen, 1919, 1921.
  • (samen met J.G. Rutgers) Compendium der hoogere wiskunde. III: Differentiaalrekening, Analytische meetkunde van de ruimte, Integraalrekening. Noordhoff, Groningen, 1919.
  • Lessen over de Hoogere Algebra. I, II, III. Noordhoff, Groningen, 1921 (1929), 1924, 1926.
  • Kansrekening. Aanhangsel aan Middelalgebra door P. Wijdenes. Noordhoff, Groningen, 1922.
  • Beknopte Hoogere Algebra. Noordhoff, Groningen, 1926.
  • Het getalbegrip, in het bijzonder het onmeetbare getal. Noordhoff, Groningen, 1927.
  • (samen met J.G. Rutgers) Compendium der hogere wiskunde. IV: Beschrijvende meetkunde, Differentiaalmeetkunde van het platte vlak met inbegrip der kinematica, Differentiaalmeetkunde der ruimte, Differentiaalvergelijkingen. Noordhoff, Groningen, 1928.
  • Het natuurlijke getal in zoo streng mogelijke behandeling. Noordhoff, Groningen, 1928.
  • Theorie der hoogere-machtscongruenties en der hoogere-machtsresten. Van der Hoek, Leiden, 1928.
  • Toepassingen van de theorie der getallencongruenties in het bijzonder op repeteerende breuken. Van der Hoek, Leiden, 1928.
  • Axiomatische behandeling der meetbare en onmeetbare verhoudingen van grootheden. Noordhoff, Groningen, 1929.
  • Leerboek der theoretische mechanica, met inbegrip der kinematica. Eerste deel, eerste stuk; Eerste deel, tweede stuk; Tweede deel, eerste stuk; Tweede deel, tweede stuk. Sijthoff, Leiden, 1931, 1935, 1931, 1937.
  • (met B.J. van Trotsenburg) Leerboek der mechanica voor het middelbare onderwijs. Sijthoff, Leiden, 1937.
  • Leerboek der nieuwere meetkunde van het vlak en van de ruimte. Noordhoff, Groningen, 1938.
  • Leerboek der nieuwe vlakke driehoeksmeting. Van Goor, ’s-Gravenhage, 1939.
  • Leerboek der boldriehoeksmeting. Van Goor, ’s-Gravenhage, 1940.
  • Didactiek en methodiek van de wiskunde en de mechanica, een leidraad voor ieder die daarin studeert of onderwijs geeft. Waltman, Delft, 1940.
  • Leerboek der differentiaal- en integraalrekening. I. Voorbereiding; II. Differentiaalrekening; III. Integraalrekening; Differentiaalvergelijkingen. Thieme, Zutphen, 1941 – 1942.
  • Nieuw leerboek der hogere algebra. I, II. Thieme, Zutphen, 1943 – 1944.
  • Determinanten. Waltman, Delft, 1945.
  • (met A. H. de Bruijn) Het probleem van de wachttijd bij bouwkassen, wiskundige en boekhoudkundige oplossing. Sijthoff, Leiden, 1946.
  • Complexe en reëele getallen. Waltman, Delft, 1948.
  • (met G.R. Veldkamp) Lineaire algebra en analytische meetkunde. Thieme, Zutphen, 1961.
  • Hoe bepaal ik mijn kans? Kansrekening met toepassing op spel en statistiek. Elsevier, Amsterdam, 1964.

Wiskundige puzzels

  • Wonderlijke problemen, leerzaam tijdverdrijf door puzzle en spel. Thieme, Zutphen, 1943 (2e druk 1949).
  • Wiskundige puzzles en spelen. Thieme, Zutphen, 1944.
  • (met Ferd. van Leeuwen) Zuivere puzzles. Noordhoff, Groningen, 1947.
  • (met A. H. de Bruijn) De macht van het getal, zijn wetenschappelijke en occulte betekenis en zijn rol in puzzles en spelen. Segboer, ’s-Gravenhage, 1949.
  • Spelen met getallen. Thieme, Zutphen, 1951.
  • The Master Book of Mathematical Recreations, Dover, 1968, 2003 [Engelse vertaling van Wonderlijke problemen].

Bijdragen aan het Nieuw Tijdschrift voor Wiskunde

  • De theorie der gelijkvormigheid. 1 210 & 297; 2 49 & 149.
  • De formule voor het getal φ(n). 4 198.
  • Een combinatiekwestie met verschillende toepassingen. 4 392.
  • Oneindige producten. 5 52 &198; 6 209 & 387.
  • Bewijs van het binomium van Newton. 5 319.
  • Reconstructie van een deelsom. 6 344 & 412; 7 308.
  • (met A. L. Bartelds) Eenige eigenschappen betreffende kwadraatresten en uitbreiding daarvan. 7 200; 8 186 & 325; 9 271.
  • Een tweetal rekenkundige opgaven. 8 64.
  • Eenige rekenkundige spelen. 8 268.
  • De betrekking $C_{m+n}^k = C_m^0C_n^k+\cdots$. 8 324.
  • Eigenschappen van het zwaartepunt. 9 53; 12 59.
  • Over de stelling van Euler $Z + H = R + 2$. 10 371.
  • Algemeen geldige cyclometrische functies. 10 337.
  • Logische ontwikkeling van het begrip ”natuurlijk getal”. 14 175 & 282.
  • Convergentie- of divergentiekenmerk met $u_{2n}/u_n$. 15 303.
  • Het gunstig kiezen der gegevens bij het construeren van meetkundige figuren. 18 167.
  • De gelijkmatigheid van de convergentie eener reeks. 19 302.
  • Gegevens, die een figuur bepalen. 20 1.
  • Een driehoek, waarvan twee zijden en de straal van de ingeschreven cirkel gegeven zijn. 23 304.
  • (met W. Th. Bousché) Het construeren van een ellips uit twee toegevoegde middellijnen. 27 225.
  • Bewijs van het verband tussen herhalings- en gewone combinaties. 27 274.
  • Analytische fundering der meetkunde. 29 169.
  • (met M. Leeuwenkuyl) Iets over oneven tovervierkanten. 37 289.
  • Stelling over een kegelsneebundel. 37 295.
  • Het werken met hoeken in planimetrische vraagstukken. 37 173.
  • Het half-gelijkzijdige en het gelijkzijdige viervlak. 37 241.
  • Inhoud van een viervlak en straal van de omgeschreven bol, uitgedrukt in de ribben. 38 1.
  • Iets over een kegelsnedenschaar. 38 141.
  • (met F. Carlebuur) Een benaderingsconstructie van de trisectrices van een hoek en verbetering daarvan. 38 164.
  • Spel van delers. 39 299.
  • Rechtstreeks bewijs van de formules van Newton. 41 190.
  • Berekening van een drietal uitgebreide kettingbreuken. 41 193.
  • Stelling over de hoogtelijnen van een driehoek. 42 114.
  • De elfpuntskegelsnede en de negenpuntscirkel. 49 108.
  • Iets over confocale kegelsneden en lijncoördinaten. 49 114.
  • De bolcirkel, de getemde mysterieuze. 50 236.
  • De hond die naar zijn baas wil. 50 319.
  • Vragen betreffende een onbepaalde vergelijking. 52 193
  • (met F.M. Oswald) Het probleem van de valse munt. 52 248.
  • (met F.M. Oswald) Het probleem van de valse munt. II. 53 46.
  • Een gedeeltelijk leeggoten beker. 53 93

Mathematics Genealogy Project for F. Schuh

Bronnen: KNAW Digital Library, KNAW Overige publicaties, CKCC – Virtual Research Environment, Diverse publicaties, Illustratiedatabanken, Wetenschappelijke instrumenten en objecten, Digitale bibliotheken en archieven (met dank aan Tom Koornwinder).

[HWB en HSVdS Augustus 2018 - IN AANBOUW]