Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Lucas Johannes Smid 1901-1976

Lucas Johannes Smid (Amsterdam 11 May 1901 - Leeuwarden 5 February 1976) was a professor at the University of Groningen between 1951 and 1971.

Lucas (Luuk) Johannes Smid werd 11 Mei 1901 te Amsterdam geboren, in het gezin Lukas Jannes Smid (Groningen 2 Mei 1864 - Amsterdam 24 Mei 1947) en Margaretha Catharina Alberts (Amsterdam 6 Januari 1867 - Amsterdam 19 Januari 1950). Er was ook een dochter Marga, voluit Maria Catharina Magdalena (Amsterdam 2 September 1898 - Amstelveen 26 Juni 1986), een bekend kinderarts in Amsterdam, die zou trouwen met Gautier (Wout) Oltmans (Amsterdam 3 Maart 1897 - Amsterdam 7 April 1966), huisarts. Vader Lukas Jannes Smid was geboren in Groningen en opgegroeid in Amsterdam; hij behaalde zijn LO-akte voor hoofdonderwijzer in dezelfde examenzitting als de latere natuurbeschermer Jac. P. Thijsse en werd onderwijzer en later schoolhoofd van verschillende scholen in Amsterdam. Moeder Margaretha Catharina Alberts was onderwijzeres, die zich verder specialiseerde in "creatieve vakken": tussen 1894 en 1901 was ze lerares handwerken; stoplappen van haar bevinden zich in het Rijksmuseum.

BERICHT in het ALGEMEEN HANDELSBLAD van 20 JUNI 1918

In Amsterdam bezocht Lucas Johannes Smid de 5-jarige H.B.S. en op 17 Juli 1918 behaalde hij het eindexamen. Een van de medegeslaagden was Max Euwe (Amsterdam 20 Mei 1901 - Amsterdam 26 November 1981), de latere wereldkampioen schaken, met wie hij al op de lagere school bevriend was. Ook Lucas hield van schaken maar tevens van dammen: hij was een actief dammer en bedenker van damproblemen.

BERICHT in DE TELEGRAAF 18 JULI 1918

Student. Vanaf 1918 studeerde Smid wis- en natuurkunde aan de gemeentelijke universiteit, net als Max Euwe. Ook aan de universiteit trokken ze samen op. Vooral de astronomievakken van Pannekoek en de wiskundevakken van de docenten Brouwer, Mannoury, Hk. de Vries, en WeitzenbŲck maakten indruk. Samen met de wat jongere Bartel van der Waerden volgden ze Brouwer's colleges, o.a. over integratietheorie. Dit drietal zou een levenslange vriendschap onderhouden.

Smid moet een enthousiaste student geweest zijn. Al in 1922 verschijnt een meetkundige publicatie door hem. Hk. de Vries, zijn latere promotor, geeft in 1926 zijn Historische StudiŽn I uit en vermeldt op p. 82 over het te geven bewijs van de stelling van Brianchon, "dat wij te danken hebben aan den Candidaat in de Wis- en Natuurkunde L.J. Smid Jr." Zowel het candidaats-examen (December 1920) als het doctoraal examen (October 1923) werden cum laude afgelegd. In 1921 meldt het Amsterdamse Militieregister dat Smid is goedgekeurd voor militaire dienst: hij blijkt 1.68 m lang te zijn (het register geeft de lengte zelfs in millimeters). In deze jaren besteedde Euwe veel tijd aan schaken; hij was bijvoorbeeld in 1921 Nederlands kampioen schaken geworden. In 1922 ontmoetten Smid en Euwe gezamenlijk in Londen de oud-wereldkampioen schaken Akiba Rubinstein.

MET EUWE (midden) en RUBINSTEIN in 1922

Euwe deed vanwege deze schaakactiviteiten zijn candidaats examen eerst in October 1922, maar slaagde toch in het najaar van 1923 cum laude voor zijn doctoraal examen. Zowel Smid als van der Waerden die getrouw collegedictaten hadden geproduceerd kregen bij deze gelegenheid een gouden zakhorloge van Euwe als dank voor hun ondersteuning bij het afstuderen. Nog in 1956 kwamen die dictaten van pas: toen vroeg L.E.J. Brouwer Smid's dictaten van de colleges over verzamelingsleer en over reŽle functies te leen. In 1926 promoveerden Euwe en van der Waerden: Euwe bij WeitzenbŲck (met Hk. de Vries als tweede promotor) en van der Waerden bij Hk. de Vries. Smid zelf zou iets later in 1928 promoveren.

VRAAG BROUWER 1956

DANK BROUWER 1956

Leraar. Een carriŤre in het middelbaar onderwijs was bijna het enige perspectief voor een afgestudeerde in de wiskunde. Mogelijkheden om een plaats in de industrie te bemachtigen waren er nauwelijks. Vanaf 7 Maart 1924 was er een eerste tijdelijke positie als leraar aan het gymnasium in Gouda. Even daarvoor, in Februari 1924, heeft Smid nog een internationaal schaaktoernooi in Merano bijgewoond als verslaggever voor een aantal kranten. Daarbij heeft hij belangrijke wedstrijden doorgegeven aan Euwe, die niet aanwezig kon zijn. De brieven van Smid aan Euwe komen uitgebreid aan de orde in het boek van Luca d'Ambrosio over de schaaktoernooien in Merano van 1924 en 1926.

SCHAAKTOURNOOIEN MERANO 1924 en 1926

Dan in het najaar van 1924 is er eenzelfde positie als leraar aan de Rijks HBS in Winterswijk, waar Euwe net vertrokken was als leraar. Na een jaar in Winterswijk volgt in het najaar van 1925 een tijdelijke benoeming aan de Rijks HBS in Warffum die in 1927 omgezet wordt in een vaste benoeming. Een sollicitatie in 1929 naar de gemeente HBS in Arnhem leidde niet tot een benoeming. Een aantal oplossingen van damproblemen uit die jaren laat zien dat de interesse in denksporten onverminderd was gebleven. Ook de wiskunde werkzaamheden gingen gewoon door. In April 1927 op het XXIste Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres te Amsterdam gaven Smid en Euwe twee opeenvolgende voordrachten onder gemeenschappelijke titel AlgebraÔsche en geometrische invarianten. In de periode, als leraar in Warffum, promoveerde Smid op 4 Juli 1928 te Amsterdam, cum laude, op een proefschrift, getiteld: Over cirkelmeetkunden bij Hk. de Vries.

KAFT PROEFSCHRIFT JULI 1928

In 1935 verschenen drie meetkundige artikelen in de Mathematische Annalen, waaronder een gezamenlijk met van der Waerden. Ook schreef hij in 1937 een bespreking van het zojuist verschenen boek "Inleiding tot de studie der meetkunde van het aantal" door Hk. de Vries.

In zijn vrije tijd tekende en schilderde Smid graag. Een collega in Warffum was ir. Ekke Abel Kleima (Lagemeeden 13 mei 1899 - Warffum 28 augustus 1958), die wis- en natuurkunde, mechanica en boekhouden doceerde; daarnaast was hij schilder en lid van de "Groninger Kunstkring De Ploeg". Via Kleima maakte Smid kennis met het werk van De Ploeg, waar hij een groot liefhebber van werd. Later zou ook de wiskundige Frederik van der Blij (1923 - 2018) wiskunde-docent worden aan de HBS in Warffum en de invloed van Ekke Kleima ondergaan. Een van Smid's leerlingen op de Rijks HBS was Jantje Vennema (Uithuizen 27 April 1911); zij trouwden op 28 Juli 1932 in Uithuizen. Ekke Kleima was getuige; de trouwkaarten waren gemaakt door Hendrik Werkman. Smid bleef in contact met leden van De Ploeg en verwierf werk van onder anderen Jan Altink, Job Hansen en Hendrik Werkman. Een van de stukken in het Groninger Museum "Groninger landschap met kanaal" door Jan Wiegers komt uit de collectie L.J. Smid.

WIEGERS: GRONINGER LANDSCHAP met KANAAL

Verzekeraar. In het midden van de jaren dertig vroeg een van de directeuren van de Algemeene Friesche Levensverzekering-Maatschappij in Leeuwarden, van der Hoek, aan een inspecteur van het middelbaar onderwijs of hij niet een goede wiskundige wist om actuaris te worden. "O, dan moet u de heer Smid hebben." Zodoende kwam in 1936 een keerpunt in het leven van Smid, toen hij de functie aanvaardde van actuaris en wiskundig-adviseur bij de Algemeene Friesche Levensverzekering-Maatschappij in Leeuwarden. Jaren eerder, in 1901, had W.A. Poort, een promovendus van Floris de Boer, ook al zo'n overstap gemaakt als archivaris bij diezelfde Algemeene Friesche; Poort zat daar tot 1938 in de directie en was vanaf 1938 commissaris. In 1936 verhuisde het gezin Smid van de Stationsweg 2 in Warffum naar het Valeriusplein 6 in Leeuwarden om uiteindelijk in 1938 te gaan wonen aan de J.P. Troelstraweg 104 in Leeuwarden. Het huis aan de Troelstraweg was speciaal voor de familie Smid ontworpen door Jacob Gerard (Job) Hansen (Groningen 9 juni 1899 - Groningen 25 december 1960), die ook lid van de Ploeg was geweest. Daar aan de Troelstraweg zijn ze blijven wonen.

Bij de Algemeene Friesche werd Smid specialist in de levensverzekeringswiskunde en de daarbijbehorende statistiek. Begin 1938 kwam een belangengemeenschap tot stand tussen de Algemeene Friesche Levensverzekering-Maatschappij (700.000 levensverzekeringen) en de Vereeniging van Levensverzekering en Lijfrente "De Groot-Noord-Hollandsche van 1845" (300.000 levensverzekeringen), waardoor een behoorlijke schaalvergroting optrad. Na deze verstrengeling kreeg Smid dezelfde functie ook bij de Groot-Noord-Hollandsche. Per 1 Januari 1948 werd aan hem de persoonlijke titel van adjunct-directeur verleend.

Door de algemene ledenvergaderingen eind Juni 1957 in Amsterdam en Leeuwarden werd hij op voordracht van commissarissen en directie per 1 Juli 1957 benoemd tot directeur van de Algemeene Friesche Levensverzekering-Maatschappij en de Vereeniging van Levensverzekering en Lijfrente "de Groot-Noord-Hollandsche van 1845".

5 MILJARD !!

In 1966, net voor een volgende schaalvergroting die uiteindelijk tot AEGON zou leiden, was Smid als directeur in 1966 met pensioen gegaan; maar als wiskundige zou hij nog geruime tijd doorgaan.

Hoogleraar. Al in 1948 had Smid een leeropdracht gekregen in de mathematische statistiek aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Uit deze tijd stamt ook zijn Verzekeringswiskunde (Servire, 1949) in dezelfde reeks die bijvoorbeeld ook inleidingen van Bottema over meetkunde en Van der Waerden over differentiaal- en integraalrekening bevatte. In 1951 werd hij vanwege het Groninger Universiteitsfonds benoemd tot bijzonder hoogleraar in de mathematische statistiek bij de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Op 2 Februari 1952 hield hij zijn inaugurele rede, getiteld: Stimulantia der stochastische statistiek. In 1956 werd het bijzonder hoogleraarschap omgezet in een buitengewoon hoogleraarschap en die toestand duurde tot 1967. Inmiddels met pensioen als verzekeraar werd hij van 1967 tot 1971, nu bij de Faculteit Economie, gewoon hoogleraar in de Mathematische statistiek resp. FinanciŽle rekenkunde en Levensverzekeringswiskunde.

Smid voelde zich zeer verbonden met de wiskunde, in het bijzonder met de vakken meetkunde en mathematische statistiek. Hij verzorgde verschillende diepgaande colleges op het gebied van de statistiek en de financiŽle rekenkunde. Bovendien paste Smid zijn colleges steeds aan bij nieuwe ontwikkelingen. Het werd de studenten daarbij niet echt makkelijk gemaakt: gezien zijn eigen vooropleiding maakte Smid graag gebruik van meetkundige argumenten, en de meeste studenten waren niet meer zo goed geschoold in de meetkunde. Voor studenten was het niet ongebruikelijk om tentamen bij Smid te doen in het Burmaniahuis in Leeuwarden, waar het hoofdkwartier van de verzekeringsmaatschappij indertijd was gevestigd (zoals door Boele Braaksma wordt bevestigd; samen met Leo Westermann volgde hij colleges van Smid).

Tot zijn verdere werkzaamheden behoorden het geven van (veel) statistische adviezen, zoals bij een onderzoek in 1953 over het territorium van mezen door Kluyver en Tinbergen, het verzorgen van enkele publicaties, en het begeleiden van promoties. Oorspronkelijk had Teun Terpstra (1926 - 2011) bij David van Dantzig (1900 - 1959) zullen promoveren maar na diens overlijden werd het onderzoek voortgezet en in 1962 afgesloten onder leiding van Smid. De invloed van Smid zorgde in Groningen overigens voor belangstelling voor het werk van van Dantzig en ook voor de Signifische beweging, wat dat laatste betreft net zoals Boland dat deed. In 1966 promoveerde Willem Schaafsma bij Smid. Door Smid en Schaafsma samen werd veel aandacht besteed aan het onderzoek van Gerrit van Vark over statistische procedures voor het bestuderen van menselijke skeletresten. Bij van Vark's promotie was Smid medepromotor. Smid's enthousiasme voor de wiskunde eindigde niet met zijn emeritaat. Hij bleef regelmatig naar Groningen komen om bijeenkomsten van de werkgroep statistiek bij te wonen.

OVERLIJDENSADVERTENTIE 1976

Gezin. Smid trouwde op 28 Juli 1932 in Uithuizen met Jantje Vennema (Uithuizen 27 April 1911 - Heino 15 Augustus 2002). Zij kregen de volgende kinderen:

  • Margo Geertruida Smid (Groningen 24 Juni 1934 - Heino 16 Augustus 2001). Was jeugdarts.
  • Cornelis Lucas (Udo) Smid (Leeuwarden 14 October 1936 - Amsterdam 3 Mei 2015). Combineerde, net als zijn vader, een functie bij AEGON met een hoogleraarschap.
  • Gerda Lucie Nieuwenhuijsen-Smid (Leeuwarden 27 September 1939 - ). Was jeugdarts.

Publicaties over L.J. Smid:

  • Luca d'Ambrosio, Die Internationalen Schachturniere zu Meran 1924 und 1926. Schachklub ARCI Bozen, 2014.
  • Jaarboeken Rijksuniversiteit Groningen 1947, 1957, 1977
  • O.J.W.F. Kardaun, D. Salomť, W. Schaafsma, A.G.M. Steerneman, J.C. Willems and D.R. Cox,Reflections on Fourteen Cryptic Issues concerning the Nature of Statistical Inference. International Statistical Review 71 (2003) 277-318
  • H. van Lint, R. de Jong, Het Van der Blij-effect. Nieuw Archief voor Wiskunde 5(5) (2004) 119-124
  • G. Mannoury, Die signifischen Grundlagen der Mathematik. Erkenntnis 4 (1934) 288Ė309
  • H. Steenbruggen, Groninger Landschap met Kanaal, Jan Wiegers (1893-1959)
  • Hk. de Vries, Historische StudiŽn I. Noordhoff, Groningen, 1926

Publicaties van L.J. Smid:

  • Aantallen cirkels, die vlakke krommen raken, bepaald door afbeelding op een puntruimte. Verslagen Koninklijke Academie van Wetenschappen 31 (1922) 301-302
  • (met M. Euwe) AlgebraÔsche en geometrische invarianten. Handelingen 21ste Nederlandsch Natuur-en Geneeskundig Congres (1927) 103-106
  • Over cirkelmeetkunden. Proefschrift, Noordhoff 1928
  • (met B.L. van der Waerden), Eine Axiomatik der Kreisgeometrie und der Laguerregeometrie. Math. Ann. 110 (1935), 753-776
  • ‹ber die EinfŁhrung der idealen Elemente in die ebene Geometrie mit Hilfe des Satzes vom vollstandigen Vierseit. Math Ann 111 (1935) 285-288
  • Eine absolute Axiomatik der Geometrie in einer begrenzten Ebene. Math Ann 112 (1936) 125-138
  • Boekbespreking Hk. de Vries, Inleiding tot de studie der meetkunde van het aantal. (P. Noordhoff). Euclides 13 (1936/37) 228-229
  • Benaderde berekening van lijfrente, toegepast op generatietafels, 1938
  • Baisse de la mortalitť aux Pays-Bas et ses consťquences pour l'assurance sur la vie, 1947
  • The influence of correlated annual fluctuations in the probabilities of death on variations in the annual mortality profits, 1948
  • Verzekeringswiskunde, Servire's Encyclopśdie in MonografieŽn, Servire 1949
  • Stimulantia der Stochastische Statistiek, Intreerede, Noordhoff 1952
  • On the distribution of the test statistics of Kendall and Wilcoxon's two sample test when ties are present. Statistica, Neerlandica 10 (1956), 205Ė214
  • Steekproefmethoden en Verzekeringsbedrijf. Het Verzekerings-Archief 1961
  • (met W. Schaafsma) Most Stringent Somewhere Most Powerful Tests Against Alternatives Restricted by a Number of Linear Inequalities. Ann. Math. Statist. 37(5) (1966), 1161-1172

Publicaties van L.J. Smid in MathSciNet

Mathematics Genealogy Project voor L.J. Smid

Bronnen. Veel dank is verschuldigd aan Smid's jongste dochter Gerda Nieuwenhuijsen en de kleinkinderen Lucas Smid en Charlie Smid met Friso Hoeneveld, voor hun bijdragen. Jan van Maanen zorgde voor historische ondersteuning. Verder dank aan Boele Braaksma, Wim Klein Haneveld, Danny Beckers, Ida Stamhuis, Maarten van Meerten (Koninklijk Actuarieel Genootschap), Han Steenbruggen.

Levensverzekeringswiskunde in Nederland. Naast Smid en de bovengenoemde Poort waren er meer wiskundigen die in het levensverzekeringswezen terechtgekomen waren. De wiskundige J. Engelfriet had het in 1948 over de relatie wiskunde en verzekeren: "De actuaris en de wetenschap, daar gaat het dus om. Staan zij op goede voet met elkaar, met andere woorden speelt de wetenschap op zinvolle wijze een rol in het werk van de actuaris of moet hij bij de uitoefening van zijn beroep de wetenschap maar liever links laten liggen, omdat hij de practische vraagstukken, die hij ontmoet, beter met zijn gezond verstand alleen kan oplossen?"

Er waren al twee leerstoelen in het actuariaat, een vanaf 1930 aan de Vrije Universiteit, oorspronkelijk bezet door Marius van Haaften (1880-1957), en een in Rotterdam, toen in 1945 het verzekeringswezen streefde naar een eigen universitaire actuariaatsopleiding. In 1948, hetzelfde jaar waarin Smid zijn leeropdracht kreeg, begon aan de Universiteit van Amsterdam een studierichting Actuariele Wetenschappen. Er werden twee speciale leerstoelen ingesteld, bezet door twee gepromoveerde wiskundigen die in het verzekeringswezen werkzaam waren: Johannes Engelfriet (1908-1981) en Cornelis Campagne (1902-1963). Het had in de bedoeling (van Van der Corput) gelegen om deze tak van wiskunde bij het Mathematisch Centrum onder te brengen. In de praktijk kwam deze richting echter terecht bij de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Na een zelfstandig bestaan als interfaculteit is de opleiding uiteindelijk bij de Faculteit Economische Wetenschappen terechtgekomen. Had van Haaften in de dertiger jaren nog gestreefd naar een eigen plek binnen het Koninklijk Wiskundig Genootschap, nu zijn actuarissen als beroepsgroep verenigd in het Koninklijk Actuarieel Genootschap. Smid is voorzitter geweest van 1958 tot 1964 als opvolger van de wiskundige J.P. van Rooijen (1902-1974), buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit.

[HWB en HSVdS Januari 2019 - in voorbereiding]