Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Johan Antony Barrau 1873-1953

Johan Antony Barrau (Oisterwijk 3 April 1873 - Utrecht 8 January 1953) was a professor at the University of Groningen between 1913 and 1928.

Johan Antony Barrau (Oisterwijk 3 April 1873 - Utrecht 8 Januari 1953). Zijn opleiding genoot hij tussen 1887 en 1891 op het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord (Den Helder). In 1891 werd Barrau officier bij de Koninklijke Nederlandse Marine en later bij het Corps Mariniers. Hij verliet de actieve dienst in 1898 en werd, in het bezit zijnde van de acte K1, per 1 Januari 1899 aangesteld als tijdelijk (en na een jaar vast) leraar in de wiskunde aan de hbs en de Burgeravondschool te Dordrecht. Vanaf November 1901 werd hij leraar aan de 1ste hbs te Amsterdam tot 1909. Ondertussen studeerde Barrau aan de universiteit in Amsterdam, waar hij in November 1902 het candidaats examen en in Juni 1905 het doctoraal examen behaalde. Op 9 October 1907 promoveerde hij cum laude bij Korteweg op de dissertatie Bijdragen tot de theorie der configuraties. In zijn studietijd was Barrau ook op andere wijze actief: in Mei 1903 zat hij in een commissie die de hoogleraar van Pesch een schilderij aanbod bij zijn 25-jarig ambts jubileum en hij was ook, als opvolger van Willem Wythoff, lid van het bestuur van het Wiskundig Genootschap.

Loopbaan. Op 1 Mei 1909 werd Barrau benoemd tot hoogleraar in Delft en op 5 Mei hield hij zijn inaugurele rede Over de ontwikkelingswijze der wiskunde. Op 29 Augustus 1913 werd hij benoemd in Groningen, als opvolger van Schoute, met leeropdracht "Analytische-, beschrijvende- en hogere meetkunde". Zijn inaugurele rede was 1 November 1913, getiteld: Ruimtezin en ruimteleer. Toen Schuh vertrok heeft Barrau zijn colleges waargenomen tot zijn opvolger arriveerde. Bij het derde eeuwfeest in 1914 was hij betrokken bij de erepromotie van Alicia Boole Stott, de autodidact, die met Schoute had gewerkt. In 1918 verschijnt van zijn hand het eerste deel van een Leerboek der Analytische Meetkunde. Het tweede deel zou geruime tijd later volgen. Hij was een van de 56 gastsprekers bij het ICM in 1920 te Straatsburg. In deze periode had Barrau een aantal promovendi, onder andere P.H.J. Baudet, P. Mulder en E.J. Dijksterhuis.

Wiskunde. In 1924 werd hij als spreker op het ICM in Toronto uitgenodigd (net als Wolff). In het studiejaar 1925-1926 was hij rector en de titel van zijn rectorale rede luidde De onbemindheid der wiskunde, waarin hij de perceptie van de wiskunde bij het grote publiek wil rechtzetten. ''Ligt er dan toch niet iets onbillijks in het sarcasme van Schopenhauer, dat een mathematicus iemand is, die een gezond been laat afzetten, omdat hij meent op een houten beter te kunnen loopen?'' In deze periode begeleidde Barrau twee opvallende promoties. Rienk Aukes van der Hoek (1893-1957) promoveerde in 1926 op een onderwerp uit de levensverzekeringswiskunde Over "the Law of uniform seniority" . Hij studeerde wis- en natuurkunde in Groningen, was leraar aan de 1ste HBS in Haarlem, en ging bij de Algemene Friesche Levensverzekering Maatschappij als actuaris werken in 1923, waar hij directeur werd in 1935; hij was degene die in 1936 de wiskundige L.J. Smid binnenhaalde. Op 22 oktober 1927 promoveerde de later zeer bekende fysicus Jan Albert Prins (1899-1986) bij Barrau op het proefschrift Meetkundige constructies en algebraïsche vergelijkingen. Het was een onderzoek dat geheel los stond van hetgeen waarmee Prins zich in de dagelijkse praktijk bezighield. Het tweede deel van het Leerboek der Analytische Meetkunde verschijnt uiteindelijk in 1927.

Utrecht. In 1928 werd er bij het vertrek van Jan de Vries in Utrecht over gesproken om Van der Waerden aan te wijzen voor deze vacature. Maar Van der Waerden werd uiteindelijk te jong gevonden en zodoende vertrok Barrau, die kennelijk wel oud genoeg was, naar Utrecht en kwam Van der Waerden naar Groningen. Hij overleed in 1953 in Utrecht.

Mathematics Genealogy Project voor J.A. Barrau 1873 - 1953.

Literatuur over J.A. Barrau

Bron Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld

[HWB en HSVdS, Februari 2021 (in voorbereiding)]