Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Henri Coenraad Brinkman 1908-1961

Henri Coenraad Brinkman (Amsterdam 30 March 1908 - Den Haag 11 February 1961) was assistant and "privaatdocent" mathematical physics at the University of Groningen between 1932 and 1935.

Henri Coenraad (Coen) Brinkman (Amsterdam 30 Maart 1908 - Den Haag 11 Februari 1961) was enig kind van Carel Hendricus Brinkman (1877-1957) en Berendina Johanna Hildebrand (1872-1954). Zijn vader was in 1904 gepromoveerd bij Johannes Diderik van der Waals (1837-1923); hij werd leraar natuurkunde, uiteindelijk, vanaf 1910, aan de gemeentelijke hbs en het gymnasium in Nijmegen. Coen Brinkman groeit op in Nijmegen en gaat daar naar de Gemengde Gemeentelijke Hoogere Burgerschool. Daar krijgt hij natuurkundeles van zijn vader en in Juli 1925 slaagt hij voor het eindexamen. Vanzelfsprekend gaat hij wis- en natuurkunde studeren.

Brinkman gaat eerst in 1925 naar Leiden waar hij in Juli 1928 het candidaatsexamen (A) behaalt. Het nogal ouderwetse onderwijs wordt gegeven door W.J. de Haas (1878-1960) en W.H. Keesom (1876-1956), terwijl P. Ehrenfest (1880-1933) de hogerejaars colleges geeft; zie [14, p. 75]. Brinkman zet dan de studie wis- en natuurkunde voort in Utrecht, waar hij te maken krijgt met H.A. Kramers (1894-1952) en L.S. Ornstein (1880-1941). In Mei 1931 wordt het doctoraal examen wis- en natuurkunde (hoofdvak natuurkunde) cum laude afgelegd. In de zomermaanden van 1931 bezoekt hij de University of Michigan, Ann Arbor, via een beurs van de Nederlands-Amerikaanse Fundatie; ook Kramers is daar aanwezig. In Ann Arbor vond tussen 1928 en 1941 elk jaar een Summer Symposium in Theoretical Physics plaats en dat van 1931 was gewijd aan ”General Quantum Theory of Transitions” met een serie voordrachten door J. Robert Oppenheimer (1904-1967). De zomerscholen in Ann Arbor waren opgezet en bleven lange tijd in handen van G.E. Uhlenbeck (1900- 1988) en S.A. Goudsmit (1902-1978), twee Nederlandse promovendi van Ehrenfest. Toen Kramers naar Leiden ging in 1934 na de dood van Ehrenfest, werd hij in Utrecht opgevolgd door Uhlenbeck.

Ann Arbor 1931, Brinkman op de één na achterste plaats

In April 1932 volgt de promotie bij H.A. Kramers in Utrecht met het proefschrift Zur Quantenmechanik der Multipohlstrahlung [4]; Ornstein was rector bij deze gelegenheid. De promotor Kramers wordt bedankt, niet alleen voor het bijbrengen van de theoretische natuurkunde, maar ook van volharding en liefde voor het vak. Tegen de wiskundehoogleraar J. Wolff (1882-1945), die later vermoord zou worden in Bergen-Belsen, zegt de promovendus: ”door Uw boeiende uiteenzettingen van de denkmethoden der wiskunde hebt Gij mij doen inzien, dat de wiskunde niet uitsluitend een moeilik, maar bovenal een mooi vak is.”

Groningen. In Januari 1932, nog voor zijn promotie, was Brinkman al aangesteld in Groningen als assistent mathematische physica bij F. Zernike (1888-1966) en dat zou hij blijven tot October 1935. Een gedeelte van deze periode was hij ook ingeschreven als student aan de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Naast Zernike werd de natuurkunde in Groningen beoefend door de hoogleraar D. Coster (1889-1950), die, na bij Ehrenfest theoretische natuurkunde gestudeerd te hebben, ook bij Bohr in Kopenhagen geschoold was (en daar het element hafnium medeontdekt had), en de lectoren J.A. Prins (1899-1986) en R. (de Laer) Kronig (1904-1995). De laatste had als vakgebied de mechanica en quan- tummechanica en zijn werk had aanknopingspunten met het proefschrift van Brinkman. Brinkman stond in direct contact met Zernike met wie hij een artikel publiceerde in vervolg op Zernike’s ”Kreisflächenpolynome”, die zich in de buigingstheorie voordoen en tegenwoordig als Zernike polynomen bekend staan. In Januari 1934 wordt Brinkman toegelaten als privaatdocent in de mathematische physica met leeropdracht Atoomtheorie; op 2 Maart 1934 houdt hij een openbare les [10]. Iets later, in Mei 1934, wordt hij aangenomen als lid van het Natuurkundig Genootschap in Groningen.

Ansicht uit Kopenhagen 20 September 1933. De ondertekenaren zijn H.A. Kramers, zijn assistent G.P. Ittmann (later naar Philips), F. Bloch (student Heisenberg, Nobelprijs 1952), G. de Hevesy (Nobelprijs 1943, heeft met Coster gewerkt) en Bohr.

Op 27 September 1933 werd ten huize van dr. H.C. Brinkman, wonend aan de Groote Markt 45a, het wiskundig dispuut $\ll\! {\rm W}^4? \! \gg$ (i.e., weten wij wel wat?) opgericht. Coen Brinkman vervulde de rol van geestelijk leider van het dispuut. Medeoprichters waren de tweedejaars wiskundestudent Wibbe Verdenius (1913-1988), praeses, en de tweedejaars natuurkundestudent Ben (B.R.A.) Nijboer (1915-1999), abactis. Brinkman bleef lid tot 19 September 1935. Na zijn vertrek werd ”Hip” Groenewold (1910-1996) de nieuwe geestelijk leider, en nog iets later zou ook Chris Bouwkamp (1915-2003) lid worden. Jan van Deemter (1918-2004) werd lid op 26 April 1940 en zou ook voorzitter worden; hij komt later nog terug in dit verhaal. Op 19 Juni 1942 was Brinkman als gast aanwezig bij een vergadering van $\ll\! {\rm W}^4? \! \gg$ en constateerde verheugd dat het gezelschap nog niets van zijn oude geest en enthousiasme verloren had. (Mogelijkerwijs was Brinkman enige tijd in Groningen naar aanleiding van de promotie van Ben Nijboer.) Het dispuut bestaat overigens nog steeds en heeft vele generaties studenten geïnspireerd.

Gedurende de zomer van 1935 trad Brinkman op als deskundige bij de examens aan de TH Delft, als deskundige (uit Groningen) van buiten de hogeschool. Inmiddels was hij verloofd met de tweedejaars studente Duits Bep (Elisabeth) van Riet (1914-1990); het huwelijk vond plaats aan het eind van het jaar toen Brinkman al uit Groningen was vertrokken.

Bataafsche Petroleum Maatschappij. Na Groningen volgde een dienstverband bij Shell, toen nog Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM) geheten. Het laboratorium van BPM maakte tussen 1930 en 1940 een stormachtige groei door van 300 naar 1300 werknemers. Velen waren theoretisch geschoold, bijvoorbeeld W.R. van Wijk (1906-1967), die in 1930 in Utrecht bij Ornstein gepromoveerd was, en al sinds 1932 bij BPM werkte. Een ander voorbeeld van een theoreticus was de in 1937 bij Kramers afgestudeerde L.J. Oosterhoff (1907-1974), die op grond van Kramers’ aanbevelingen aangenomen was. Oosterhoff zou na de bezetting ”in samenwerking met o.a. Brinkman, Kooyman, De Lange, Mackor, Schuit en Van der Waals een aantal actieve researchgroepen opbouwen” [16].

Door zijn dienstverband bij BPM werd Brinkman’s werk aanvankelijk minder openbaar. Er resteren uit die tijd slechts nog wat technische rapporten geschreven samen met Willem Coltof (1906-1944), een scheikundige die later in Auschwitz vermoord zou worden. Voor zover is na te gaan, was viscositeit van vloeistoffen een van de wetenschappelijke hoofdthe- mas van Brinkman’s tijd bij BPM. Samen met van Wijk bezocht Brinkman in 1936 (13-15 September) in Manchester de 67th General discussion van de Faraday Society. Op 7 April 1940 was er in Utrecht een, mede door A.M.J.F. Michels (1889-1961) en J.M.W. Milatz (1910-2000) georganiseerd, Symposium van de Natuurkundige Vereeniging over ”Bouw en eigenschappen van vloeistoffen” met sprekers Prins, van Wijk (voorzitter), Brinkman, J. de Boer (1911-2010), en A.E. van Arkel (1893-1976). De bijeenkomst werd gesloten door Ornstein. In zijn bijdrage [12] vermeldt Brinkman een samenwerking met Ornstein en Milatz (maar Ornstein zou 1941 door de bezetter ontslagen worden en snel daarna overlijden). Brinkman en van Wijk waren samen betrokken bij het onderzoek waarop W.A. Seeder (1906-1992) in 1943 bij Milatz promoveerde [23]. Beiden hadden al met Seeder gepubliceerd en worden in het proefschrift bedankt.

Hoewel de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog greep probeerde te krijgen op de resultaten van het weinige werk op het BPM-laboratorium, wist de toenmalige directeur dit te voorkomen [22, pp. 90-117]. Helaas is het moeilijk inzicht te krijgen in wat er precies gebeurde. Men weet dat H.A. Kramers na sluiting van de Leidse universiteit in 1941 een adviseursfunctie bij Shell aanvaardde en les gaf in theoretische scheikunde aan Shell medewerkers [15, p. 499]. Direct na de oorlog kwam een grote stroom artikelen door Brinkman over viscositeit op gang. Brinkman was ook betrokken bij het International Congress on Rheology (Scheveningen, 1948); zie [9]. Uit het bovenstaande en uit de keuze van zijn medeauteurs blijkt dat in zijn BPM-periode Brinkman zich uitgebreid bewogen heeft in kringen van scheikundigen en in scheikundige onderwerpen ge ̈ınteresseerde natuurkundigen. Bij zijn afscheid van BPM krijgt hij een boek met inscriptie ”Ter herinnering aan vele geanimeerde discussies over veel merendeels onbegrijpelijke onderwerpen”, ondertekend door J.J. Hermans, J.L. Oosterhoff, J.Th.G. Overbeek, D. Polder, A.J. Staverman, and E.H. Wiebenga.

Op verzoek van H.A. Kramers schrijft Brinkman (”Natuurkundige bij BPM”) het boek De bouw der atomen en moleculen [8]; dit werk, verschenen in 1949, was een volledige revisie van het oorspronkelijke in het Deens uitgegeven Atomteorie door H.A. Kramers en H. Holst, en de latere vertalingen in het Engels, Duits, en Nederlands. In het voorwoord bedankt Brinkman zijn collegas Jan van Deemter (die in 1950 bij B.L. van der Waerden, toen ook een Shell medewerker, zou promoveren) en Oosterhoff (die in 1949 bij H.A. Kramers zou promoveren) voor opbouwend commentaar. In vele drukken van [19] verwees Kronig in zijn eigen hoofdstuk naar Brinkman’s boek. Brinkman was wederom extern deskundige bij TH-examens (als ’natuurkundige bij de BPM’) in de periode 1948-1949.

Bandung. Nederlands Oost-Indië hield op te bestaan bij de soevereiniteitsoverdracht op 27 December 1949. Bij de opbouw van het hoger onderwijs in de nieuwe republiek was, ondanks het eerdere gewapende conflict, eerst nog een grote Nederlandse inbreng. In 1949 bestond in Bandung een technische faculteit (overblijfsel van de door Nederland opgerichte hogeschool in de stijl van Delft) en iets later een natuurkundige faculteit. Deze faculteiten waren toen formeel onderdeel van de Universiteit van Indonesie, maar werden later ondergebracht in het Institut Teknologi Bandung. Verschillende Nederlanders zoals de wiskundigen A.C. Zaanen (1913-2003), L. Kuipers (1909-1991), B. Meulenbeld (1908- 1998) en de natuurkundigen P. van der Leeden (1910-1994), A. Nawijn (1913-1999) waren in deze beginperiode in Bandung aanwezig. De wiskundige H.T.M. Leeman (1901-1984), afgestudeerd in 1927 in Amsterdam, was, na lange tijd in het middelbaar onderwijs in Bandung, hoofd van de faculteit geworden.

In 1949 aanvaardde Brinkman een hoogleraarschap in de theoretische natuurkunde aan de technische faculteit en later had hij die functie ook aan de wis- en natuurkundige faculteit aldaar. De hele familie (met twee zoons en een dochter) reisde per boot en arriveerde in Batavia vlak voor de soevereiniteitsoverdracht. Brinkman hield zijn inaugurale rede [10] op November 1950. Hierin besprak hij onder andere de omgang tussen fysici en natuurkundigen (zie ook het bovenvermelde citaat van Herman Weyl). In deze rede betreurt Brinkman het ontbreken van zachte wetenschappen in Bandung. Op 27 December 1951 hield hij een voordracht over macromoleculaire stelsels voor de Indonesische Chemische Vereniging [30]. Niet-wetenschappelijk, maar wel interessant, was het deelnemen van Brinkman aan de vierde dies natalis in Februari 1952 als voetballer: in de pauze van een wedstrijd tussen studenten uit Bandung en Djakarta en onder toeziend oog van president Soekarno, versloeg Brinkman als speler in het hooglerarenteam uit Bandung een locaal gekostumeerd studen- tenteam. In Bandung schrijft Brinkman het boek [12] met de opdracht ”To the memory of my teacher H.A. Kramers.” Dit boek zou in 1956 verschijnen; later werd het nog in het Russisch vertaald. Uiteindelijk werd het werken in Indonesië steeds moeilijker en ging de gehele familie Brinkman terug naar Nederland. Op 3 September 1954 werd vanaf het vliegveld Kemajoran de terugreis aanvaard.

TNO en FOM. In het najaar 1954 kwam Brinkman in dienst bij TNO als medewerker bij het Centraal Laboratorium in Delft; hij werd daar leider van de fysische afdeling. Uit deze tijd resteren nog wat technische rapporten. Ook onderzoek van extrusion [17]. Hermann Janeschitz-Kriegl. Door de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) werd in 1957 een werkgemeenschap Thermonucleaire Reacties ingesteld. Men was namelijk bezorgd om achter te raken bij de internationale belangstelling voor kernfusie. TNO ging aan de werkgemeenschap deelnemen vanwege interesse in toepassingen van thermonucleaire energie en plasmafysica. Brinkman werd de leidende theoreticus binnen één van de werkgroepen van de werkgemeenschap. Op het Symposium over Thermonucleaire reacties, op 31 October 1958 in Utrecht, hield Brinkman een voordracht over het gedrag van een plasma in electrische en magnetische velden [41]. Inmiddels was medio 1958 het kasteel Rijnhuizen in Jutphaas aangekocht als centrum van de activiteiten. Piet Schram (1934-2021), die de plasmafysica van Brinkman geleerd heeft [21], schrijft over deze tijd [20]: ”In 1958 heb ik kennis gemaakt met de Plasmafysica. Via TNO kwam ik terecht op het FOM-Instituut voor Plasmafysica te Jutphaas, tegenwoordig deel van de gemeente Nieuwegein. De theoretische groep onder leiding van H.C. Brinkman werd, na een beginperiode in barakken, gehuisvest in het kasteel zelf. Een uitstekende plek voor bezinning op theoretische problemen. De theoretische Plasmafysica stond vooral in het teken van evenwichten, stabiliteit en instabiliteiten.” In deze beginperiode verbleef Brinkman drie dagen per week in Jutphaas. Aan die situatie zou spoedig een eind komen. Hij zou namelijk als buitengewoon hoogleraar in Utrecht zijn gaan wonen, waar hij TNO behalve met zijn eigenlijke werk over plasmafysica vooral ook zou dienen als adviseur inzake algemene beleidsvragen op het gebied van de fysica [24]. In Utrecht zou hij als collegas hebben Ben Nijboer, die hij nog goed uit Groningen kende, en Nico van Kampen, bij wie Schram uiteindelijk zou promoveren. Van Kampen is eveneens lid geweest van $\ll\! {\rm W}^4? \! \gg$.

Overlijden. Brinkman overleed totaal onverwacht op 11 Februari 1961 in Den Haag; hij werd slechts 52 jaar. A.J. Staverman (1912-1993) van TNO noemde hem een fysicus van uitzonderlijke capaciteiten en schreef onder meer [24]: ”Daarbij bezat hij eigenschappen die zeldzaam zijn onder prominente theoretische fysici: hij was bereid zijn kennis en capaciteiten te wijden aan problemen die hem door anderen werden voorgelegd en hij was zeer begaafd en vasthoudend in het uitwerken van numerieke oplossingen van problemen die analytisch niet verder opgelost konden worden.” Ook Brinkman’s didactische kwaliteiten worden geroemd en ”Nauw verwant met zijn didactische begaafdheid was zijn intense belangstelling voor intelligente jonge mensen en zijn grote bereidheid deze mensen te helpen in hun carrière.” Woorden van gelijke strekking kan men ook bij C.M. Braams [2] vinden; deze zei bij zijn eigen inaugurele rede: ”Dat onze betreurde collega H.C. Brinkman mij daarbij niet meer heeft mogen voorafgaan, werpt ook voor mij een schaduw op deze dag” [3]. Enige tijd later toen de verdere richting van het onderzoek in Jutphaas aan de orde kwam, was de opinie van H.B.G. Casimir (1909-2000) [18, pp. 147-147]: ”Hij (Casimir) zag voor onderzoek naar de verschijnselen van plasma’s bij hoge temperaturen theoretisch nog voldoende braak terrein, maar vroeg zich af of het overlijden van de ziel van dit onderzoek, H.C. Brinkman, niet catastrofaal zou zijn.”

In de literatuur leeft zijn naam onder andere voort in de Brinkman vergelijking. Het betreft zijn behandeling van de oorspronkelijk naar Darcy (1856) vernoemde vergelijking

\[ {\rm grad} \,p = - \frac{\eta}{k} \mathbf{v} + \eta' \Delta \mathbf{v} \]

waarin de term $\eta' \Delta \mathbf{v} $ afkomstig is van Brinkman. Het blijkt dat hij deze vergelijking uitgebreid besproken heeft met van der Waerden, Oosterhoff, en J.M. Burgers (1895-1981).

References

[1] F. Alkemade. A century of fluid dynamics in the Netherlands. Springer, 2019

[2] C.M. Braams. In Memoriam H.C. Brinkman. Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 27 (1961) 145

[3] C.M. Braams. De vierde aggregatietoestand van de materie. Inaugurele rede, 29 April 1963.

[4] H.C. Brinkman. Zur Quantenmechanik der Multipohlstrahlung. Proefschrift, Utrecht 1932

[5] H.C. Brinkman. Het elektron. Openbare les. ’s Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1934.

[6] H.C. Brinkman. De toestandsvergelijking voor vloeistoffen. Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 7 (1940) 216–224

[7] H.C. Brinkman. A calculation of the viscous force excerted by a flowing fluid on a dense swarm of particles. Applied Scientific Research 1 (1949) 27–34

[8] H.C. Brinkman. De bouw der atomen en moleculen. Amsterdam, D.B. Centen, 1949

[9] H.C. Brinkman, J.J. Hermans, J.L. Oosterhoff, J.Th.G. Overbeek, D. Polder, A.J. Staverman en E.H. Wiebenga. Proceedings of the International Congress on Rheology: Scheveningen 1948. North Holland Publ. Comp. 1949

[10] H.C. Brinkman. Wiskunde en natuurwetenschap. Inaugurele rede Bandung. Groningen, Djakarta, J.B. Wolters, 1950

[11] H.C. Brinkman. Onderzoek van macromoleculaire stelsels met physische methoden. M.I.A.I. 1952

[12] H.C. Brinkman. Applications of Spinor Invariants in Atomic Physics. North Holland Publ. Comp. 1956

[13] H.C. Brinkman. Theoretische beschouwingen over het gedrag van een plasma in electrische en magnetische velden. Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 25 (1959) 133–142

[14] H.B.G. Casimir. Het toeval van de werkelijkheid. Een halve eeuw natuurkunde. Meulenhoff Informatief, Amsterdam 1983; Half a century of science.'' Harper and Row, New York 1983

[15] M. Dresden. H.A. Kramers. Between tradition and revolution. Springer-Verlag Berlin, Heidelberg, New York 1987

[16] E. Havinga. Levensbericht L.J. Oosterhoff. Jaarboek KNAW (1974) 183-185

[17] H. Janeschitz-Kriegl. Some fundamental aspects of polymer extrusion. In: E.H. Lee (ed.). Proc. fourth International Congress Rheology (Providence 1963) 1 Interscience New York 143–159

[18] A.E. Kersten. Een organisatie van en voor onderzoekers ZWO 1947-1988. Van Gorcum 1988

[19] R. Kronig. Leerboek der Natuurkunde. Scheltema & Holkema, Amsterdam 1947 (eerste druk)

[20] P.P.J.M. Schram. Complexe eenvoud. Afscheidscollege TUE, 6 Februari 2004.

[21] P.P.J.M. Schram. Kinetic Theory of Gases and Plasmas. Springer-Verlag 2013.

[22] J. Schweppe. Research aan het IJ 1914-1989. Koninklijke/Shell-Laboratorium, Amsterdam, 1989.

[23] W.A. Seeder. Over de viscositeit van vloeistoffen. Proefschrift, Utrecht 1943.

[24] A.J. Staverman. Bij het overlijden van Dr. H.C. Brinkman. TNO Nieuws 16 (1961) 163

Publicaties (volledige lijst) van H.C. Brinkman

  • (with H.A. Kramers) Zur Theorie der Einfangung von Elektronen durch $\alpha$-Teilchen. Proceedings Koninklijke Akademie van Wetenschappen 33 (1930) 973-984
  • (with G.P. Ittmann) Zeeman-Effekt der von inneren elektrischen Feldern erzwungenen Strahlungs-übergänge. Naturwiss. 292 (1931) 292
  • Zur Quantenmechanik der Multipohlstrahlung. Proefschrift Utrecht 1932, Groningen, Batavia, P. Noordhoff 1932
  • Die Multiplettaufspaltung in den Spektren von Atomen mit zwei Leuchtelektronen. Zeitschrift für Physik 79 (1932) 753-775
  • Über die gestrichenen Terme der Erdalkalispektren. Zeitschrift für Physik. 83 (1933) 259-265
  • De stemvork. Faraday Tijdschrift voor M.O. en V.H.O. in de natuur- en scheikunde 3 (1933) 158-160
  • Een pd-configuratie in het Ca-spectrum. Handelingen 24ste Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres (1933) 1-2
  • Über die Rolle des Spins bei der Multipolstrahlung. Physica 1 (1934) 97-103
  • Die Diracsche Löchertheorie und die Lichtgeschwindigkeit im Vakuum. Physica 1 (1934) 925-928
  • Het elektron. Openbare les. 's Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1934.
  • Het electron. Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 1 (1934) 121-??
  • De osmotiese druk. Faraday Tijdschrift voor M.O. en V.H.O. in de natuur- en scheikunde 4 (1934) 155-156
  • Het positron. Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 2 (1935) 21-?? [CHECK NTN]
  • (with F. Zernike) Hypersphärische Funktionen und die in sphärischen Bereichen orthogonalen Polynome. Proceedings Koninklijke Akademie van Wetenschappen 38 (1935) 161-170
  • De toestandsvergelijking voor vloeistoffen. Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 7 (1940) 216-224
  • (with W.R. van Wijk, J.H. van der Veen, and W.A. Seeder) The influence of the temperature and the specific volume on the viscosity of liquids. III Physica 7 (1940) 45-56
  • The viscosities of liquid deuterium and hydrogen. Physica 7 (1940) 447-448
  • On the theory of liquids. Physica 7 (1940) 747-752
  • A calculation of the viscosity and the sedimentation constant for solutions of large chain molecules taking into account the hampered flow of the solvent through these molecules. Physica 13 (1947) 447-448
  • A calculation of the viscosity and the sedimentation velocity for solutions of large chain molecules taking into account the hampered flow of the solvent through each chain molecule. Proceedings Koninklijke Akademie van Wetenschappen 50 (1947) 618-625; 821 (erratum)
  • (with J.J. Hermans) The effect of non-homogeneity of molecular weight on the scattering of light by high polymer solutions. The Journal of Chemical Physics 17 (1949) 574-576
  • A calculation of the viscous force excerted by a flowing fluid on a dense swarm of particles. Applied Scientific Research 1 (1949) 27-34
  • On the permeability of media consisting of closely packed porous particles. Applied Scientific Research 1 (1949) 81-86
  • (with J.A.H. Kersten) Construction and theoretical analysis of a direct-reading hot-wire vacuum gauge with zero point control. Applied Scientific Research 1 (1949) 289-305
  • Calculations on the flow of heterogeneous mixtures through porous media. Applied Scientific Research 1 (1949) 333-346
  • Problems of fluid flow through swarms of particles and through macromolecules in solution. Research; a Journal of Science and its Applications 2 (1949) 190-194
  • Maxwell's thermodynamic relations. American Journal of Physics 17 (1949) 170
  • De bouw der atomen en moleculen. Amsterdam, D.B. Centen, 1949 [Adaptation of H.A. Kramers and H. Holst, Atomteorie 1922 (Danish), 1927 (Dutch), and 1930 (Dutch, 2nd printing)]
  • (with J.J. Hermans, J.L. Oosterhoff, J.Th.G. Overbeek, D. Polder, A.J. Staverman, and E.H. Wiebenga, eds.) Proceedings of the International Congress on Rheology: Scheveningen 1948. Amsterdam: North Holland Publ. Comp. 1949
  • Wiskunde en natuurwetenschap. Inaugurele rede Bandung. Groningen, Djakarta, J.B. Wolters 1950
  • Heat effects in capillary flow I. Applied Scientific Research 2 (1951) 120-124
  • The viscosity of concentrated suspensions and solutions. The Journal of Chemical Physics 20 (1952) 571-581
  • Onderzoek van macromoleculaire stelsels met physische methoden. M.I.A.I. 1952
  • Approximate solutions of the Thomas-Fermi equation for atoms and molecules. Physica 20 (1954) 44-48
  • (with B. Peperzak) Approximate solutions of the Thomas-Fermi equation for molecules II. Physica 21 (1954) 48-52
  • Reply to Tietz' letter: "Approximate analytic solution of the Thomas-Fermi equation for atoms". The Journal of Chemical Physics 23 (1955) 1560
  • Applications of Spinor Invariants in Atomic Physics. North-Holland Publishing Company 1956
  • Brownian motion in a field of force and the diffusion theory of chemical reactions I. Physica 22 (1956) 29-34
  • Brownian motion in a field of force and the diffusion theory of chemical reactions II. Physica 22 (1956) 149-155
  • On Kramers' general theory of Brownian motion. Physica 23 (1957) 82-88
  • (with F. Schwarzl) A mechanical and thermodynamical theory of non-linear relaxation behaviour of solids. Discussions of the Faraday Society 23 (1957) 11-18
  • (with Y. Haven, F. Schwarzl, J. Wood, et al.) General discussion. Discussions of the Faraday Society 23 (1957) 72-84
  • Boekbespreking: "H.A. Kramers. Quantum Mechanics (translated by D. ter Haar). North-Holland Publishing Company 1957". Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 14 (1958) 50-52
  • Non-linear irreversible thermodynamics of Brownian motion. Physica 24 (1958) 409-414 [bijzonder nummer opgedragen aan Dr. Frits Zernike bij zijn afscheid als hoogleraar]
  • Theoretische beschouwingen over het gedrag van een plasma in electrische en magnetische velden. Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 25 (1959) 133-142
  • On the motion of a charged particle in an inhomogeneous magnetic field. Physica 25 (1959) 1016-1020
  • The vortex equations of magnetohydrodynamics. Physica 25 (1959) 1063-1066
  • Primenenie Spinornykh invariantov v atomnoi fizike. Moskva, Iz-Do Inostrannoi Literatury'' 1959 [Russian translation from the English edition, by O.A. Vladimirova]

Publicaties over H.C. Brinkman

  • C.M. Braams. In Memoriam H.C. Brinkman. Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde 27 (1961) 145
  • H.W. Broer and H.S.V. de Snoo, Mathematisch fysicus H.C. Brinkman (1908-1961). Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde (October 2021) 30-34
  • A.J. Staverman. Bij het overlijden van Dr. H.C. Brinkman. TNO Nieuws 16 (1961) 163

Dankwoord. Het geeft veel voldoening de volgende personen te kunnen bedanken: Rosalie van Egmond (Shell) voor haar inspanningen om informatie te vinden; Aernout van Enter voor zijn altijd interessant commentaar; Thomas Gerretsen (TNO archivaris) voor het beschikbaar stellen van veel relevant materiaal; Ernst Homburg (Universiteit Maas- tricht) voor het attent maken op de samenwerking met Colthof; Martinus van Hoorn voor de gegevens uit zijn archief over $\ll\!{\rm W}^4?\!\gg$; en Michiel Wijers voor informatie over Leeman. Veel dank gaat naar Dr. Liesbeth Schreve-Brinkman (dochter) en haar man Frank Schreve voor het verschaffen van informatie, veel materiaal en voor hun belangstelling.

Voorzijde van bovenstaande ansichtkaart

[H.W. Broer en H.S.V. de Snoo, October 2021]