Johann Bernoulli Stichting voor de Wiskunde te Groningen

Johan Cornelis Hendrik Gerretsen 1907-1983

Johan Cornelis Hendrik Gerretsen (Winschoten 20 May 1907 - Smalle Ee 11 October 1983) was a professor at the University of Groningen between 1946 and 1977.

Johan Cornelis Hendrik Gerretsen werd op 20 Mei 1907 te Winschoten geboren. Zijn vader was Frederik Willem Gerretsen directeur van de Noord Nederlandse Machinefabriek te Winschoten 1881-1945 en zijn moeder Carolina de Vries 1886-1971. Hij bezocht de Gemeentelijk H.B.S. met 5-jarige cursus aldaar en deed in 1925 het eindexamen. Enige maanden later slaagde hij voor het examen ter verkrijging van de middelbare akte wiskunde K1. In hetzelfde jaar werd hij ingeschreven als student in de faculteit der wis- en natuurkunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen; zijn academische examens legde hij cum laude af. Als student werden in 1928 zijn oplossingen bekroond van een prijsvraag uitgeschreven door het Wiskundig Genootschap te Amsterdam; in 1940 viel hem ten tweede maal die eer te beurt. Gerritsen huwde op 30 November 1933 te Amsterdam met Clasina Pieternella Willemse (Vlissingen 17 December 1906 - Assen 8 September 1979). Uit dit huwelijk stammen vier kinderen. Op 21 juni 1939 promoveerde hij cum laude tot doctor in de wis- en natuurkunde op het proefschrift De topologische grondslagen der meetkunde van het aantal bij Gerrit Schaake. Van der Corput zegt in zijn Overzicht Nederlandse wiskunde in eerste helft van de 20ste eeuw: "Hij gaf een van tevoren ontbrekende uiteenzetting over de wijze waarop de grondslagen van dat deel der geometrie met behulp van de topologie kunnen worden gelegd. Vele in het proefschrift van Schaake afgeleide resultaten worden nu streng bewezen en daarnaast worden problemen opgelost, waarvoor de algebraïsche hulpmiddelen nog steeds ontoereikend zijn. In hetzelfde proefschrift vereenvoudigt hij de theorie der doorsneden"; zie de inleiding tot deze website.

Leraar. Van 1930-1932 was Gerretsen leraar aan de Rijks H.B.S. te Meppel, van 1932-1934 leraar aan de M.T.S. te Leeuwarden en van 1934 af was hij leraar aan de Rijks H.B.S. te Groningen. In 1941 werd hij aangesteld als docent in de Didactiek der Wiskunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen, maar in 1943 door de Duitse bezettingsautoriteiten van die functie ontheven op grond van het feit, dat hij als politiek gevangene in het concentratiekamp Vugt en in de gevangenis te Utrecht heeft moeten verblijven. Hij werd in die tijd vervangen door de wiskundeleraar A.M. Koldijk (1917-2005). Net voor zijn vertrek naar Vught, nog in de gevangenis te Groningen, heeft hij zich (illegaal) laten dopen en trad toe tot de rooms-katholieke kerk [12,15,18]. In 1945 werd Gerretsen in zijn functie hersteld en werd hem tevens leeropdracht verleend voor de hogere meetkunde ter tijdelijke voorziening in de vacature ontstaan door het overlijden van Gerrit Schaake.

Wetenschappelijk werk. In 1946 werd Johan Gerretsen op 24 Juli benoemd tot hoogleraar als opvolger van Schaake. Zijn inaugurele rede Mathesis en æsthetica [11] werd gehouden op 24 oktober 1946. Gerretsen's wetenschappelijke publicaties bestrijken het terrein van de afbeeldingsmeetkunde, lijnenmeetkunde in de vierdimensionale ruimte [8], meerdimensionale meetkunde [9], niet-Euklidische meetkunde [4,5,6,7,10,22] en differentiaalmeetkunde [15,21], functietheorie [20] en topologie [2,13]. Bij het International Mathematical Congress van 1954 in Amsterdam was hij een der bezorgers van de proceedings [18]. In de jaren 1950 introduceerde Gerretsen de aggregaten-meetkunde [17]. Hij gaf hierover college en is op dit terrein promotor geweest van twee proefschriften. Ook is een deel van zijn werk gewijd aan zaken van meer algemene interesse, bijvoorbeeld over de relatie met mathematische fysica [12,14], of in de richting van het middelbaar onderwijs [1,3,19]. De twee tekstboeken Lectures on the theory of functions of a complex variable [23,24] vormen een bewerkte vertaling van oorspronkelijk in het Italiaans verschenen werk van Giovanni Sansone (1888-1979). De Italiaanse versie was klaarblijkelijk zo goed ontvangen dat, op initiatief van Gerretsen, tot een bewerkte, Engelstalige heruitgave werd besloten.

Hoogleraar-directeur. Gerretsen's benoeming tot hoogleraar in 1946 ging gepaard met de aanstelling als hoogleraar-directeur van het Mathematisch Instituut van de Rijksuniversiteit, dat toen werd opgericht. Deze laatste functie bleef hij houden tot de invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) begin jaren 1970. Over zijn benoeming tot hoogleraar is het nodige te doen geweest, zie een Appendix.

Het vers-opgerichte Mathematisch Instituut was gehuisvest in enige kamers in het Archeologisch Instituut aan de Oude Boteringestraat 6. In een van deze kamers zetelde Gerretsen; ook bevond zich daar de verzameling van meetkundige modellen. De andere kamers waren voor de huisvesting van de wiskundige bibliotheek en daar kon men ook assistenten, zoals Sikkema en de Boer, aantreffen. De colleges werden gegeven op de eerste verdieping van het academiegebouw. In 1958 verhuisde het Mathematisch Instituut naar de Reitdiepskade 4.

Direct na de oorlog bestond de wiskunde in Groningen nog slechts uit analyse en meetkunde. Een van de eerste toevoegingen bestond uit het vakgebied didactiek van de wiskunde, in de persoon van L.N.H. Bunt (1905-1984). Zoals in de inleiding vermeld moest bij alle Nederlandse universtiteiten een versterking van de toegepaste wiskunde plaatsvinden. Het zou echter nog geruime tijd duren voordat deze versterking zichtbaar werd; dit proces komt geheel op het conto van Gerretsen. In 1953 was met de benoeming van L.J. Smid (leeropdracht vanaf 1948) tot bijzonder en later buitengewoon hoogleraar mathematische statistiek een bescheiden begin gemaakt met de toegepaste wiskunde. Pas in 1958 en 1961 volgden de benoemingen van A.I. van de Vooren (toegepaste wiskunde) en J.A. Sparenberg (technische mechanica). De benoeming van A.J. Stam (toegepaste wiskunde) in 1963 was voorlopig het natuurlijke sluitstuk van deze ontwikkeling.

Door de toenemende studentenaantallen werd vanaf het eind van de jaren 1950 de staf van het Mathematisch Instituut navenant vergroot. Voor het onderwijs vonden aanstellingen plaats van lectoren in de propædeutische wiskunde: A. van Heemert (1912-1968), opgevolgd door J.Ch. Boland (1914-1984), en W. Verdenius (1913-1988). Hierbij moeten ook de wetenschappelijk medewerkers J.M. Sanders (1913-1999), die in 1969 lector werd bij Econometrie, L.C.A. van Leeuwen (1928-2013), P.A.J. Scheelbeek (1925-2017), K.W. van Weerden (1929-2000) en P. van der Hoeven (1911-1980) genoemd worden. Van der Hoeven werd later hoogleraar bij de Centrale Interfaculteit die in het studiejaar 1964-65 tot stand kwam. Voor de functionaal-analyse werd aangesteld de hoogleraar J. Cigler (1937- ) en voor systeem- en regeltechniek de buitengewoon hoogleraar P.M.E.M. van der Grinten (1933- ).

Introductie van de ZEBRA. Van links naar rechts: Prof.dr. W.J.W. Koster, Mr. W.A. Offerhaus (commissaris van de Koningin), burgemeester J. Tuin, de Groningse Nobelprijswinnaar Prof. dr. F. Zernike , Dr. H.J. Burema en de president curator van de Universiteit Dr. E.H.A. Ebels.

Grootschalig rekenen. In de vijftiger jaren was een begin gemaakt met grootschalig rekenen. Enige wetenschappers maakten aanvankelijk gebruik van een rekenmachine die toebehoorde aan Niemeyers Tabaksfabrikanten. Maar in 1958 werd een ZEBRA (Zeer Eenvoudig Binair Rekenapparaat) aangeschaft en geinstalleerd in de kelders van de Reitdiepskade, waar ook een collegezaal aanwezig was. Hij onderhield hierover directe contacten met het College van Bestuur der universiteit. Juist daar omdat men hierin weer een samengaan zag van wis-, natuur- en sterrenkunde, die sinds het begin van de eeuw steeds verder van elkaar weggedreven waren. Op 12 maart 1959 werd deze machine in gebruik genomen in aanwezigheid van Zernike, maar ook van de rector magnificus, de commissaris van de koningin en de burgemeester. Overigens had Zernike reeds in 1942 op een vakantiecursus gesproken over "Machines als hulpmiddelen in de wiskunde" en Van der Corput had in 1953 de voordracht "Moderne rekenmachines" gehouden (zie Simon Stevin 29 (1953) 203-228). Aan de Reitdiepskade bevond zich ook een analoge rekenmachine, de EASE, waarop Gerretsen nog al eens aan het rekenen was. Al in 1962 bleek de ZEBRA te klein en werd er een TR4 aangeschaft, die in het nieuwe kader van een Rekencentrum aan de Grote Appelstraat geplaatst werd.

Outreach. Gerretsen was ook degene die als eerste in Groningen stageplaatsen regelde voor zijn wiskundestudenten. Het bleef niet bij alleen stageplaatsen. Studenten kregen banen door zijn netwerk. Bijvoorbeeld, door zijn contacten met R. Timman, kregen de in Groningen afgestudeerde wiskundigen E. van Spiegel en E.M de Jager een baan bij het Nationaal Luchtvaart Laboratorium (NLL). En Gerretsen zette zich over de hele linie in voor de studenten waar hij iets in zag. Opgemerkt mag hierbij nog dat Gerretsen in 1963 bij de promotieplechtigheid zijn collega C.S. Meijer verving als promotor van Boele Braaksma.

Daar komt bij dat Gerretsen interesse had in het populariseren van wiskunde. Zo heeft hij ook een bijdrage over wiskunde geleverd aan deel IV de Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopaedie (ENSIE). Dit was een twaalfdelige encyclopaedie verschenen tussen 1946 en 1960. Daarin geeft hij blijk van zijn brede visie over het gehele vakgebied. Ook mag genoemd worden zijn bijdrage aan TV Teleac-cursus Wiskunde in 1970. Over zichzelf zei hij ooit: "Ich bin ein Gelehrter nicht ein Forscher."

Karakterschets. Via enkele oud-wiskundestudenten ontstaat er een levendig en schilderachtig beeld van Gerretsen als een hoogleraar met een zekere zwier. Hij wordt beschreven als kleurrijk, maar ook enigszins theatraal en ijdel, met zijn vlinderdasje en zijn smetteloze kleren. Tot in de jaren 1980 gingen op het mathematisch instituut anecdotes rond over Gerretsen, die duidelijk iemand was met een gebruiksaanwijzing.

Gerretsen had een duidelijke Italiaanse connectie en hij sprak de taal vloeiend. Ook schreef hij wel in het Italiaans [15,17] en werkte hij samen met zijn collega Giovanni Sansone (1888-1979) van de Universiteit van Florence, zie [20]. In dit verband mag zijn lidmaatschap en later bestuurslidmaatschap van de vereniging Dante Alighieri niet onvermeld blijven. In 1952 werd hij hierdoor benoemd tot ridder-officier in de orde van verdienste van de Italiaanse republiek.

Zijn colleges en wijze van tentaminering wordt in afwisselende termen beschreven. Vooral in zijn begintijd, worden zijn colleges zeer gewaardeerd en zelfs bewonderd. Hij kon beeldend en motiverend vertellen en wist er van alles bij te halen. Gerretsen werd het meest gewaardeerd om zijn brede visie. Maar hoe inspirerend zijn colleges ook konden zijn als hij gemotiveerd en geïnspireerd was, andere keren maakte hij zich met een Jantje van Leiden vanaf en ontaardden zijn colleges enigszins. Dit laatste werd sterker met het klimmen der jaren.

Dit laatste heeft zeker ook met het volgende te maken. In 1960 kwam de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs tot stand, die de Hoger-onderwijswet uit 1876 verving. Dit was de eerste in een reeks wetten waaronder ook de Mammoetwet uit 1963 en de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) uit 1970 en die vanaf 1972 gaandeweg werd ingevoerd. Een van de gevolgen was dat de studenten een grote mate van inspraak kregen in het bestuur van de universiteiten. Deze ontwikkeling ondergroef de klassieke positie van de hoogleraar in het algemeen en in het bijzonder ook die van Gerretsen. Hij heeft zich hier maar zeer ten dele mee kunnen verzoenen.

Het einde. Begin jaren zestig werd hij ziek, waardoor hij een groot deel van zijn gezichtsvermogen verloor. Hij had ook problemen thuis en toen hij na zijn ziekte weer terugkeerde op het instituut was de aardigheid er een beetje af, zowel bij hemzelf als bij zijn collega's. Zijn afscheidscollege Op het voetspoor van Aristoteles [24] vond plaats op 24 Mei 1977. Op 26 April 1978 huwde hij Martina Corina Oostdam (Noordwijk 11 September 1930 - ??). Hij overleed 11 oktober 1983 in het Friese Smalle Ee. Hij werd begraven op de Victorbegraafplaats in Noordwijkerhout.

Graf Gerretsen in Noordwijkerhout

Betrokkenheid bij het middelbaar onderwijs. Voorafgaand aan het IMC van 1954 werd Gerretsen lid van een internationale commissie voor wiskunde-onderwijs. In 1968 werd een nieuw middelbare school programma ingevoerd, waar- door uitgebreide nascholing nodig was; deze werd opgezet vanuit Utrecht. Leraren gingen indertijd een hele week op nascholing, waarvoor grote hoeveelheden opgaven moesten worden gemaakt. Onder anderen Gerretsen hield zich ermee bezig, waarbij hij opnieuw in kontakt trad met Koldijk. Samen met Van Gelder werd een nascholingsprogramma ontwikkeld voor mulo-leraren.

Gerretsen was voor het behoud van de lerarenopleidingen bij de universiteit. Echter, bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 (stelsel van vwo, havo, mavo en lbo) werden overal nieuwe eerstegraads lerarenopleidingen opgezet. De Rijks Universiteit Groningen werkte hierbij samen met de Fryske Akademy te Leeuwarden, want de Fryske Akademy verzorgde onder de naam Noordelijke Leergangen de MO-opleidingen te Leeuwarden, Groningen en Zwolle.

Er werd een voorbereidings- commissie gevormd met Gerretsen als voorzitter. Gerretsen wilde er ook een 'echte leraar' in, en vroeg Koldijk, die even later de vakdidacticus L.N.H. Bunt in Groningen opvolgde. Koldijk werd daarna betrokken bij de oprichting van de Nieuwe Lerarenopleidingen (NLO's), waaronder Ubbo Emmius te Groningen.

Publicaties van J.C.H. Gerretsen:

[33] Een meetkundige behandeling van de hyperbolische functies. Nieuw Tijdschrift voor Wiskunde 16 (1929) 281-290
[33] Mitteilung über eine Untersuchung nach der Möglichkeit oder Unmöglichkeit einer birationalen Abbildung einer im dreidimensionalen Raume gelegenen algebraischen Fläche auf eine Ebene ohne Ausnahmepunkte. Nieuw Archief voor Wiskunde 17 (1931) 67-70
[34] Over een elementaire afleiding van de wet van Newton uit de wetten van Kepler. Euclides 9 (1932) 133-138
[34] De functie: $(a_0x^2+2a_1x+a_2b_0) /(b_0 x^2+2b_1x+b_2)$. Euclides 15 (1938) 23-33
[35] De topologische grondslagen der meetkunde van het aantal. Proefschrift 1939
[2] Inleiding tot een topologische behandeling van de meetkunde van het aantal. Noordhoff, Groningen 1939
[36] De karakterisering van de goniometrische functies door middel van een functionaalbetrekking. Euclides 16 (1939-1940) 92-93
[3] Beginselen der beschrijvende meetkunde. ?? 1940
[31] Eenvoudige begrippen en resultaten uit de topologie. Euclides 18 1(2) (1941) 15-38
[4] Die Begründung der Trigonometrie in der hyperbolischen Ebene I. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942) 360–366
[5] Die Begründung der Trigonometrie in der hyperbolischen Ebene II. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942) 479–483
[6] Die Begründung der Trigonometrie in der hyperbolischen Ebene III. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942) 559–566
[7] Zur hyperbolische Geometrie. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942) 567–573
[8] Die Liniengeometrie des 4-dimensionalen Raumes I. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942) 690-696
[10] Niet-Euklidische Meetkunde. 1e ed. J. Noorduijn en Zoon N.V., Gorinchem, 1942. xi+212 pp; 2d ed. J. Noorduijn en Zoon N. V., Gorinchem 1949.
[37] Niet-Archimedische meetkunde. Euclides (1942-1943) 14-26
[9] An analogue of the nine-point circle in the space of n-dimensions. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 48 (1945) 535–536; Indagationes Math. 7 (1945) 123–124
[11] Mathesis en aesthetica. Inaugurele rede. 1946 xi+212 p
[23] (with G. Sansone) Lectures on the theory of Functions of a Complex Variable. I: Holomorphic Functions. Noordhoff, Groningen, 1960 [1947] p xii+488
(with G. Sansone) Lectures on the theory of functions of a complex variable. II: Geometric theory. Wolters-Noordhoff Publishing, 1969 [1947] pp. x+700
[12] Belijdenis XXXII. In N.G.M. van Doornik M.S.C. Pelgrims naar de Una Sancta. Het Spectrum 1948
[38] Quaternionen. Actual. Math. Centrum, Rapport ZW 1949, O11 (1949) 4 p
[13] De betekenis van de wiskunde voor de hedendaagse natuurwetenschap. P. Noordhoff, Groningen-Batavia 1949 27 p
[14] Some examples of two-sheeted three-dimensional covering spaces. Seven Lectures on Topology. pp. 103–126. Centrumreeks, no. 1. Math. Centrum Amsterdam J. Noorduijn en Zoon, Gorinchem 1950
[15] Ervaringen van bekeerlingen VII. In N.G.M. van Doornik M.S.C. Gij zijt niet langer pelgrims. Het Spectrum 1950
[16] Les fondements géométriques de la relativité restreinte. Simon Stevin 28 (1951) 98–125
[17] Osservazioni sulla geometria differenziale delle varietà negli iperspazi. Mem. Accad. Sci. Ist. Bologna. Cl. Sci. Fis. (10) 9 (1952) 61–80
[19] Inequalities in the triangle. Nieuw Tijdschr. Wiskunde 41 (1953) 1–7
[18] Bekeringsgeschiedenis XXI. In N.G.M. van Doornik M.S.C. De kerk die mij boeide. Het Spectrum 1955
[20] La Geometria degli Aggregati, Instituto Matematico dell' Università, Roma 1955
[21] (with J. de Groot) Eds., Proceedings of the International Congress of Mathematicians 1954, Vol. I, II, III Noordhoff, Groningen 1957
[1] Doelstelling van het wiskundeonderwijs. Euclides 34 (1958) 90-94
[22] Raaklijn en oppervlakte: inleiding tot de infinitesimaalrekening op aanschouwelijke grondslag. Erven F. Bohn ?? 1959
[22] De kosmische tijdschaal. Streven Jaargang 14 (1960-1961)
[24] Lectures on Tensor Calculus and Differential Geometry. Noordhoff, Groningen 1962
[25] Inleiding tot de theorie der distributies I; II. Euclides 40 (1964-65) 257-277; 292-310
[27] Grondslagen van de leer der reëele getallen en de reële analyse. Commissie Modernisering Leerplan Wiskunde 1967
[32] (mit P. Vredenduin) Polygone und Polyeder. In: Behnke, H.(Hrsg.), Grundzüge der Mathematik Bd.IIA Göttingen (1967) 253–305
[28] Projectieve grondslagen van de leer der translaties en spiegelingen in de vlakke meetkunde. Euclides 45 (1969-70) 91-104
[38] Syllogistiek. Math. Centrum, Zuivere Wiskunde ZW 1970-004 (1970) 19 p
[26] Les coordonnées de Weierstrass dans la géométrie hyperbolique. Collection of articles dedicated to Giovanni Sansone on the occasion of his eighty-fifth birthday. Boll. Un. Mat. Ital. (4) 11 no. 3 suppl. (1975) 511–524
[29] Op het voetspoor van Aristoteles. Afscheidsrede 1977
[30] Der Kalkül der abzählenden Geometrie. Nieuw Archief voor Wiskunde (3) 26(1) (1978) 142–160

Publicaties van J.C.H. Gerretsen op MathSciNet

Mathematics Genealogy Project voor J.C.H. Gerretsen

Literatuur over Gerretsen

  • K. van Berkel, Academische Illusies. De Groningse universiteit in een tijd van crisis, bezetting en herstel, 1930-1950. Uitgeverij Bert Bakker 2005
  • J.H. de Boer, In memoriam J.C.H. Gerretsen (1907-1983). Nieuw Archief voor Wiskunde 4/2 (1984) 421-427
  • Jaarboek Rijksuniversiteit Groningen 1947

Dankzegging. Wij zijn dank verschuldigd aan Ireen van Engelen voor informatie over de bekering van Gerretsen tot het Rooms Katholieke geloof.

Appendix. Over Gerretsen's benoeming tot hoogleraar. Het volgende is een citaat uit K. van Berkel's Academische Illusies. (p 499-500):

Selectie op karaktereigenschappen of vernieuwingsgezindheid was evenmin aan de orde bij de opvolging van de meetkundige Schaake, integendeel zelfs. De faculteit stuurde eind december 1945 de voordracht naar de Commissie van Herstel en zette de tijdelijke vervanger van Schaake, Gerretsen, op de eerste plaats. Gerretsen was leraar aan de Rijks-hbs en doceerde sinds 1941 de didactiek van de wiskunde. Hij was in 1943 door de Duitsers ontslagen en gearresteerd en had daarna in Utrecht en Vught gevangengezeten. De faculteit prees hem aan als een enthousiast en meeslepend docent, die in 1941 en 1942 met succes vakantiecursussen voor leraren had georganiseerd en sinds het voorjaar op uitmuntende wijze de colleges van Schaake waarnam. Vooral Van der Corput had zijn stempel gedrukt op deze voordracht. Hij was voorzitter van de landelijke wiskundecommissie en beweerde dat er eigenlijk geen andere kandidaten waren. Grootheden als Freudenthal en Van der Waerden waren voor respectievelijk Utrecht en Amsterdam bestemd, Groningen moest het doen met Gerretsen. In de faculteit accepteerde men met enig morren deze verregaande bemoeienis van Van der Corput. Alleen de farmaceut Van Os [F.H.L. van Os (1907-2001) HWB en HSVdS] liet het er niet bij zitten en voegde een minderheidsoordeel toe aan de voordracht van de faculteit. Daarin maakte hij ook opmerkingen over het vermeende `onaangename’ karakter van Gerretsen en toen de Commissie van Herstel navraag deed bij de directeur van de Rijks-hbs, Deinema, repte deze over `onvoldoende plichtsbesef’ van Gerretsen. De Commissie draaide daarom de voordracht om en droeg een andere leerling van Schaake, J. de Groot, voor. Kennelijk zat de minister wel met het geval in de maag; hij vroeg inlichtingen over het karakter van álle kandidaten, maar deed vervolgens niets. Pas nadat Van der Leeuw [G. van der Leeuw (1890-1950), PvdA minister van onderwijs, voorstander van de doorbraakgedachte - HWB en HSVdS] vervangen was door de KVP-minister J.J. Gielen [J.J. Gielen (1898-1981) KVP minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 3/7/1946-7/8/1948, exponent van het verzuilde onderwijs - HWB en HSVdeS], kwam het besluit af. Gielen draaide de voordracht nog eens om en benoemde alsnog Gerretsen, niet, zo wist Cluysenaer [J.L.H. Cluysenaer (1911-1979), destijds secretaris van de universiteit - HWB en HSVdS], omdat hem nieuwe berichten bereikt hadden over de plichtsbetrachting van deze wiskundige, maar eenvoudig omdat het een geloofsgenoot was. Gerretsen was namelijk in de oorlog bekeerd tot het rooms-katholieke geloof en de nieuwe minister liet geen gelegenheid voorbijgaan om in de nog altijd door liberale protestanten gedomineerde rijksuniversiteiten een katholiek te benoemen [Gerretsen was in dit opzicht een waardige vervanging voor Van der Corput, die immers ook katholiek was - HWB en HSVdS].

[HWB en HSVdS Maart 2021 - in voorbereiding]